Hoogbegaafdheid

De term hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid is een lastig begrip. Het roept bij veel mensen iets negatiefs op. Ze zien hoogbegaafde kinderen als slimmeriken, kinderen die het altijd beter weten en als ‘anders’. Hoogbegaafde ouders zien ze als ouders die hoog van de toren willen blazen over hun kind en zijn of haar IQ.

Het is heel jammer dat dit beeld in Nederland zo gegroeid is, want dit kan zorgen voor veel onzekerheid en verdriet. “Moet ik mijn kind wel vertellen dat hij hoogbegaafd is?” is daardoor een veelvoorkomende vraag van ouders. Ze zijn bang dat als klasgenoten en andere ouders het weten, hun kind hiermee gepest gaat worden. En dat gebeurt in de praktijk! Kinderen die ineens niet meer gevraagd worden op feestjes nadat bekend is geworden dat hij of zij hoogbegaafd is.

In Amerika bestaat de term ‘gifted’ en dat geeft al direct een hele andere lading aan. Hoe dan ook, we moeten een term gebruiken die iedereen begrijpt en zullen het dus (voorlopig) moeten doen met de term hoogbegaafdheid.

Maar wat is hoogbegaafdheid nu precies?

Vraag je 20 verschillende mensen wat hoogbegaafdheid volgens hen is, dan krijg je uiteenlopende antwoorden. Lees je theorie over dit onderwerp, dan zie je dat ook daar verschillende definities worden gegeven van hoogbegaafdheid. Een aantal bekende hiervan worden weergegeven in modellen.

De meest gebruikte daarvan is gemaakt door professor Mönks.

Meerfactorenmodel - Mönks
Dit meerfactorenmodel laat zien dat bij hoge intellectuele capaciteiten, een creërend denkvermogen en een goede motivatie je kunt spreken van hoogbegaafdheid. De intellectuele capaciteiten kunnen worden bepaald door een IQ-test. Als het IQ hoger is dan 130, spreken we officieel van hoogbegaafdheid. Maar ook zonder test kunnen hoge capaciteiten vaak niet onopgemerkt blijven.

Het creatief denkvermogen heeft te maken met de manier waarop problemen worden aangepakt: vindingrijk, zelfstandig en weetgierig.

Het aspect motivatie slaat op het doorzettingsvermogen en de wil om je doel te bereiken. Ook het plezier hebben in een bepaalde taak wordt hiermee bedoeld. Dat betekent niet dat hoogbegaafden altijd alles leuk vinden. Het gaat om taken die op hun niveau liggen en in hun interessegebied.

Als je deze 3 componenten bezit en binnen je gezin, op school en in de vriendenkring wordt gesteund en bemoedigd, kan de hoogbegaafdheid zich ontwikkelen en kun je vooruit.

De capaciteiten worden in andere modellen ook wel onderverdeeld in intellectuele capaciteiten (zie in het model van Mönks), sociale competentie, psychomotorische vaardigheden, muzikale-artistieke vaardigheden en creativiteit. Op het leveren van goede prestaties zijn eigenschappen als stressbestendigheid, motivatie tot presteren, werk- en leerstrategieën, faalangst en controle eveneens van invloed. Je omgeving moet meewerken om je talenten tot volle bloei te laten komen.

Kenmerken van hoogbegaafdheid

Een aantal kenmerken die kunnen voorkomen bij hoogbegaafden zijn:

  • Perfectionistisch
  • Sterk rechtvaardigheidsgevoel
  • Hypergevoelig
  • Kritische instelling
  • Is snel van begrip
  • Heeft een grote (algemene) interesse
  • Heeft een adequaat woordgebruik
  • Is vindingrijk bij het bedenken van oplossingen
  • Is vaardig in het toepassen van oplossingen
  • Heeft grote parate kennis
  • Is geestelijk vroegrijp
  • Heeft een scherp opmerkingsvermogen
  • Heeft hoog leertempo (staat los van werktempo!!)
  • Kan zich makkelijk leerstof uit hogere jaren eigen maken
  • Produceert creatieve en originele plannen / ideeën
  • Kan snel een probleem analyseren
  • Vindt het leuk moeilijke dingen te doen
  • Vindt het leuk om moeilijke denkproblemen op te lossen
  • Heeft een goed geheugen
  • Is een doorzetter
  • Heeft voorkeur voor zelfstandig leren
  • Is sterk betrokken op bepaalde terreinen
  • Is een productieve denker
  • Vindt het prettig om thematisch te werken
  • Kan intuïtief denken

Kinderen die op latere leeftijd hoogbegaafd blijken te zijn, waren als baby en peuter vaak of heel snel met alles (kruipen, lopen, fietsen e.d.) of het duurde misschien wat langer, maar ze konden van de ene op de andere dag ineens iets nieuws. Deze laatste groep kinderen doet dit vaak zo, omdat ze eerst een tijdje gekeken en/of nagedacht hebben hoe ze het moeten gaan doen en daarna lukt het in 1 keer. Of ze hebben voor zichzelf besloten dat ze bv. met hun 4e jaar willen kunnen fietsen en gaan er op die verjaardag ineens (voor de eerste keer) fietsend vandoor, zonder te vallen.