Frustratie

Eén van de vaardigheden (executieve functies) waarvan ik altijd zeg dat er in ‘plusklassen’ en op school aan gewerkt moet worden is: frustratietolerantie. Zijn (hoog)begaafde kinderen dan zo snel gefrustreerd? Ja, veel van hen zijn snel gefrustreerd. Bijvoorbeeld omdat ze niet gewend zijn om veel fouten te maken, waardoor elke fout een frustratie wordt en voor henzelf soms een ‘bewijs’ van: “Zie je wel, ik kan dit niet!” of “Ik ben dom!” Maar frustratie kan ook te maken hebben met anderen. “Waarom maakt de klas nu zo’n kabaal”, “waarom houden die klasgenoten zich niet gewoon aan de regels”, “wat doen ze toch vreselijk irritant!”

En soms… soms loopt de frustratie naar 1 persoon toe enorm op! Zo ver, dat die ander eigenlijk niks meer goed kan doen. Dit kan gaan over de buurvrouw, een tante, een klasgenoot of een leerkracht. Een tijdje geleden heb ik met een coachee een tekening gemaakt bij de frustraties van de coachee naar die ene persoon. De naam van de persoon zette ik in het midden en er onder hebben we alle frustraties gezet die de coachee kon bedenken over die persoon. Het werd een hele rij. Vervolgens hebben we geprobeerd om elke frustratie eens van dichtbij te bekijken en te kijken of er ook een andere kant aan zou kunnen zitten. Voorbeelden kunnen zijn: 1. Een klasgenoot die steeds je aandacht vraagt tijdens de les. Heeft deze klasgenoot veel vrienden? Nee. Zou deze klasgenoot misschien wat eenzaam kunnen zijn? Ja. Zou dit de reden kunnen zijn dat diegene aandacht vraagt en misschien heeft diegene niet door dat het je echt stoort? Ja! Of: 2. Een leerkracht die iemand laat schrikken die de hik heeft; die ander schrikt en de klas is in rep en roer terwijl het net rustig was. Waarom zou de leerkracht dit doen? Wil hij je klasgenoot misschien van de hik af helpen? Ja, waarschijnlijk. Zou de leerkracht weten dat de klas daar onrustig van wordt? Misschien wel. Waarom zou hij het dan toch doen? Misschien zijn er leerlingen in de klas die even een grapje, een lolletje, een luchtig momentje NODIG hebben, net zoals jij juist de rust in de klas NODIG hebt? Hmmm… ja, dat is zo.

En zo kwamen de coachee en ik al pratend tot de conclusie dat elke frustratie op een andere, positieve manier bekeken kon worden. En het lukte de coachee steeds beter om zelf de antwoorden te bedenken. We bespraken ook dat de reactie van de coachee op dit soort gebeurtenissen heftiger is dan de meeste andere kinderen. Anderen denken niet zo ver door over dingen, anderen zijn niet zo gevoelig voor sfeerverandering of lawaai o.i.d.. Dat maakt het dus extra lastig, maar toch heb je zelf ook de sleutel in handen om je frustraties te verminderen. Namelijk: de andere kant proberen te zien. En soms ook even helemaal anders reageren dan normaal. Bv. als iemand een grap over je maakt naar jou toe, reageer dan eens met een grap of opmerking terúg in plaats van gefrustreerd te zijn. Zo prachtig dat deze coachee dit ook werkelijk heeft toegepast en de keer erna enthousiast kwam: “Ha, het werkte! Waar die volwassene normaal maar grapjes blíjft maken, gaf ik nu een brutale opmerking terug en stopte het meteen. De hele tijd geen grap meer over mij gemaakt! En ik was niet gefrustreerd!” Gaaf!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *