Categorie archief: Uncategorized

Fixie

Ik zit samen met een coachee aan tafel. Zojuist heb ik wat uitleg gegeven over mindset: growie en fixie. We hebben er een paar filmpjes over gekeken. Nu zitten we aan een denkspel. De eerste opdracht is zojuist opgelost in ongeveer 1 minuut. Ik sla wat over en pak opdracht 8 ervoor. De coachee gaat aan de slag. Het gaat lastig. Steeds moet de coachee weer opnieuw beginnen en ik zie dat binnen no time er tactieken ontstaan. Zo snel heb ik dat nog niet eerder gezien. Na een aantal minuten, die natuurlijk een eeuwigheid lijken te duren, is de opdracht opgelost. Ik vraag de coachee welke van de 2 opdrachten het beste ging. “De eerste”, hoor ik al snel. “Ok, en waarom?” “Omdat die heel snel ging.” Ik zeg dat ik dat snap, maar dat ik eigenlijk de tweede het beste vond gaan. Er wordt verbaasd naar mij gekeken. “Ja, want die tweede was lastiger en daarom ging je al snel allerlei tactieken en manieren gebruiken om het beter te kunnen oplossen. Ik zag je tijdens de 2e opdracht enorm groeien en beter worden, terwijl dat bij de 1e opdracht niet nodig was en dus niet gebeurde.” Mooi om dan de blik te zien van zo’n kind. Echt omdenken is dit, zijn ze meestal niet gewend. Ik geef in een opwelling het spel mee en vraag om nog meer opdrachten op te lossen en te proberen door te zetten. Ik ben heel benieuwd waar deze coachee mee terug komt en geniet nog even na.

Het is een sessie later dat dezelfde coachee met het spel in handen weer bij mij komt zitten. Er zit een briefje in met de nummers van opdrachten die opgelost zijn. Ik zie oplopende getallen en er staat een hoog getal tussen. Ik kijk in het boekje en ontdek dat het de allerlaatste opdracht is, dus de moeilijkste. “Heb je die opgelost?” vraag ik. “Ja”, hoor ik enigszins trots. “Hoe ging dat?” “Het duurde wel lang, maar uiteindelijk is het gelukt”. Ik vraag of de coachee deze nog een keer hier wil doen. “Oké”, hoor ik licht twijfelend. Het duurt een heel aantal minuten. Ik probeer mijn eigen Fixie steeds opzij te schuiven en geduldig af te wachten zonder tips te geven. Dat lukt gelukkig. Zonder dat ik me er mee bemoei lukt het de coachee uiteindelijk de opdracht op te lossen. Ik kan het niet laten om te juichen. “Ik zag dat je je tactieken hebt gebruikt, echt super dat je zo hebt doorgezet tot je het uiteindelijk hebt opgelost. Misschien wilde je tussendoor eigenlijk wel stoppen? (ik zie een knikje met een glimlachje) Maar je deed het niet en ging door, top!” Oprechter kan ik dit niet zeggen, want zo voel ik het volop. Immers zelf voelde ik mijn Fixie, die tegen mij zei: laat hem maar stoppen, dit duurt te lang; geef maar een tip, anders lukt dit nooit. Tja, het is vaak irritant om zelf regelmatig nog Fixie te zijn als je kinderen leert om Growie te worden, maar…. het heeft ook een positieve kant. Ik kan namelijk wél goed invoelen hoe lastig het voor de kinderen is om van Fixie ineens Growie te proberen te zijn. En dat maakt dat ik oprechte bewondering heb als het ze lukt!

Een doener

“Vind je jezelf slim?” vraag ik mijn coachee. “Soms”, hoor ik weifelend.

 Er gaat een gevoel door mij heen dat ik moeilijk kan benoemen. Ik weet dat deze coachee zichzelf eerder dom vindt. Deze coachee heeft nooit geweten hoogbegaafd te zijn, zo’n hoge intelligentie te hebben. Op school komt het er namelijk helemaal niet uit. Met moeite een VMBO advies. Je kunt je voorstellen wat voor mindset deze coachee heeft. En wat het zelfbeeld is. Eerder heb ik al wat verteld over hoogbegaafdheid en hebben we kenmerken gezien die herkenbaar waren. De coachee ontdekt langzaam: “Ik ben niet raar, er zijn meer die zoals ik zijn en voelen.” Eerder vandaag deden we twee leerstijlentesten. We ontdekten dat wat ik al vermoedde. De coachee is een doener. De coachee leert liever kinetisch, dan visueel of auditief. We praatten over hoe dit uitwerkt op school. Dat school eigenlijk helemaal geen fijne plek is voor doeners. Na al dat gepraat besloot ik dat we iets moesten gaan doen. Ik moet immers ook aansluiten bij de leerstijl. We gingen memory doen met eigenschappen. Als iemand twee dezelfde heeft hebben we het kort over: vind je die eigenschap bij jezelf horen of niet?

Zo kwamen we bij ‘slim’.

En nu bij ‘ijverig’. Ook hier twijfel. Soms ben ik wel ijverig, vertelt de coachee nadat ik het woord ijverig heb uitgelegd. Ik vraag of de leerkracht op school de coachee ijverig zou vinden. “Nee”, komt snel het antwoord. “Met alles?” vraag ik. “En als je handvaardigheid doet ofzo?” “Ja, dan ben ik wel ijverig.” “Hoe zou dit komen?” De coachee kijkt me aan en er verschijnt een begrijpend lachje: “Omdat ik een doener ben.” Deze coachee heeft het door. Dat is één. Het vervolg komt nog. We moeten uitzoeken samen hoe de coachee hier mee om kan gaan. En gebruik kan maken van de kwaliteiten, in plaats van steeds maar herinnerd te worden en bezig te moeten zijn met zwaktes. Want deze coachee is super creatief, qua denken en uitvoeren. Er is nog veel werk te doen, ik ga er maar eens over nadenken hoe we de volgende coachsessie verder gaan.

 

Een vol hoofd

Ze zit bij me met een vol hoofd! Zojuist huilde ze nog, kroop ze tegen haar moeder aan en zei ze dat ze naar huis wilde om in bed te gaan liggen. Zei ze nog dat ze geen idee had wat ze mij moest vertellen over haar volle hoofd. Ik probeerde haar gevoel niet te veel bij mij naar binnen te laten komen. Inleven, maar niet meehuilen. Dat lukt wel, maar ik heb er wel een zwaar gevoel bij. Als moeder weg is, begin ik met haar te praten over haar volle hoofd. Ik maak een klein grapje en ik zie een lachje verschijnen. Ik improviseer, pak een papier en begin een hoofd te tekenen. De bovenkant van het hoofd, de hersenen zeg maar, wordt mijn focus. Ik teken daar vakjes en vertel haar dat er waarschijnlijk heel veel dingen zijn geweest vandaag waardoor het nu vol is. En als je hoofd vol is, dan is er paniek in je hoofd en wil het allemaal niet meer. Terwijl ik zo praat zie ik aan haar dat ze rustig is en weer kan praten en nadenken. Ik vraag haar welke dingen er zijn geweest vandaag waardoor haar hoofd vol raakte. Ik help haar eerst op weg met de dingen die moeder zojuist verteld heeft. Maar ik stop al gauw met helpen, want ze kan het zelf al vertellen. Waar ze eerder nog tegen haar moeder zei dat ze niet wist hoe ze moest vertellen wat er gebeurd was, lukt het nu gelukkig wel. De vakjes in het hoofd raken steeds voller. Als ik alle vakjes heb gevuld, bedenkt ze er zelfs nog 2 dingen bij. Oké, we maken er gewoon nog 2 vakjes aan vast. Ik wil met haar kijken hoe ze hier de volgende keer mee om kan gaan en kan voorkomen dat er ruzies ontstaan thuis door een vol hoofd. Ik vraag haar daarom om met een cijfer aan te geven hoe vol haar hoofd nu is. 10 is helemaal vol en zo was het toen ze bij mij aankwam. Nu, na het praten en hoofd tekenen, is het cijfer dat ze geeft: 4. We kijken elkaar aan en ik vraag haar hoe het volgens haar komt dat het van 10 naar 4 is gegaan. Ze weet het antwoord: “Doordat ik er over praat en we het hoofd hebben getekend”. Ze besluit dat ze dit vaker zo wil gaan doen. Ze bedenkt dat ze tegen haar ouders bv. “8” kan zeggen als haar hoofd best vol zit. Ze kan dan even een rustig plekje zoeken en dan wil ze het hoofd tekenen. Daarna wil ze dit bespreken met haar ouders. Soms staan er zorgen in het volle hoofd en zijn het zorgen die weggenomen kunnen worden door haar ouders. Of waar ze bij kunnen helpen. We roepen haar moeder erbij en het meisje vertelt haar idee. Moeder is blij en wil het graag zo gaan doen. Ik vertel ze dat we de volgende keer door gaan praten over: 1. Hoe kun je voorkomen dat je hoofd te vol raakt? 2. Hoe kun je nog meer jezelf rustig krijgen en je hoofd legen? Daarvoor gaan we kijken naar een aantal boeken met gerichte tips. Aan het eind van de sessie vertrekken moeder en dochter dankbaar. “Ik vond het echt fijn”, hoor ik het meisje nog zeggen. Wanneer ze weg zijn voel ik bij mezelf: mijn zware gevoel is weg en heeft plaats gemaakt voor een warm, dankbaar gevoel. Dankbaar dat ik elke keer weer de juiste woorden weet te zeggen en manieren weet te kiezen om verschil te maken. Zo fijn om deze kinderen te helpen!

 

Frustratie

Eén van de vaardigheden (executieve functies) waarvan ik altijd zeg dat er in ‘plusklassen’ en op school aan gewerkt moet worden is: frustratietolerantie. Zijn (hoog)begaafde kinderen dan zo snel gefrustreerd? Ja, veel van hen zijn snel gefrustreerd. Bijvoorbeeld omdat ze niet gewend zijn om veel fouten te maken, waardoor elke fout een frustratie wordt en voor henzelf soms een ‘bewijs’ van: “Zie je wel, ik kan dit niet!” of “Ik ben dom!” Maar frustratie kan ook te maken hebben met anderen. “Waarom maakt de klas nu zo’n kabaal”, “waarom houden die klasgenoten zich niet gewoon aan de regels”, “wat doen ze toch vreselijk irritant!”

En soms… soms loopt de frustratie naar 1 persoon toe enorm op! Zo ver, dat die ander eigenlijk niks meer goed kan doen. Dit kan gaan over de buurvrouw, een tante, een klasgenoot of een leerkracht. Een tijdje geleden heb ik met een coachee een tekening gemaakt bij de frustraties van de coachee naar die ene persoon. De naam van de persoon zette ik in het midden en er onder hebben we alle frustraties gezet die de coachee kon bedenken over die persoon. Het werd een hele rij. Vervolgens hebben we geprobeerd om elke frustratie eens van dichtbij te bekijken en te kijken of er ook een andere kant aan zou kunnen zitten. Voorbeelden kunnen zijn: 1. Een klasgenoot die steeds je aandacht vraagt tijdens de les. Heeft deze klasgenoot veel vrienden? Nee. Zou deze klasgenoot misschien wat eenzaam kunnen zijn? Ja. Zou dit de reden kunnen zijn dat diegene aandacht vraagt en misschien heeft diegene niet door dat het je echt stoort? Ja! Of: 2. Een leerkracht die iemand laat schrikken die de hik heeft; die ander schrikt en de klas is in rep en roer terwijl het net rustig was. Waarom zou de leerkracht dit doen? Wil hij je klasgenoot misschien van de hik af helpen? Ja, waarschijnlijk. Zou de leerkracht weten dat de klas daar onrustig van wordt? Misschien wel. Waarom zou hij het dan toch doen? Misschien zijn er leerlingen in de klas die even een grapje, een lolletje, een luchtig momentje NODIG hebben, net zoals jij juist de rust in de klas NODIG hebt? Hmmm… ja, dat is zo.

En zo kwamen de coachee en ik al pratend tot de conclusie dat elke frustratie op een andere, positieve manier bekeken kon worden. En het lukte de coachee steeds beter om zelf de antwoorden te bedenken. We bespraken ook dat de reactie van de coachee op dit soort gebeurtenissen heftiger is dan de meeste andere kinderen. Anderen denken niet zo ver door over dingen, anderen zijn niet zo gevoelig voor sfeerverandering of lawaai o.i.d.. Dat maakt het dus extra lastig, maar toch heb je zelf ook de sleutel in handen om je frustraties te verminderen. Namelijk: de andere kant proberen te zien. En soms ook even helemaal anders reageren dan normaal. Bv. als iemand een grap over je maakt naar jou toe, reageer dan eens met een grap of opmerking terúg in plaats van gefrustreerd te zijn. Zo prachtig dat deze coachee dit ook werkelijk heeft toegepast en de keer erna enthousiast kwam: “Ha, het werkte! Waar die volwassene normaal maar grapjes blíjft maken, gaf ik nu een brutale opmerking terug en stopte het meteen. De hele tijd geen grap meer over mij gemaakt! En ik was niet gefrustreerd!” Gaaf!

Coaching… spannend?!

Als ik de deur van de wachtkamer open doe zie ik een meisje zitten die er duidelijk enorm tegenop ziet. Ze vraagt of haar moeder mee mag. Het is de eerste keer en we hadden dit bij de intake al besproken. Haar moeder mag er in het begin bij zitten. Als we binnenkomen gaat ze dicht bij haar moeder zitten. Ik begin de coaching sessie met een stukje kennismaking, zoals ik altijd doe. We vertellen elkaar wie we zijn, waar we van houden en wat we zoal doen door middel van mindmaps met woorden en/of tekeningen. Zij tekent veel, anderen schrijven meer. Ze heeft er duidelijk plezier in en kiest bewust de juiste kleuren. Als we niks meer kunnen bedenken gaan we echt beginnen met de coaching. We praten verder over de hulpvraag en het doel dat we tijdens de intake al besproken hebben, maar toen vooral met de ouders. Toen was zij heel stil. Plotseling zegt ze: “Mam, ga maar weg.” Moeder, even verbaasd, verdwijnt gauw naar de wachtkamer en wij gaan verder alsof er niks gebeurd is. Waar het meisje bij de intake en zonet in de wachtkamer het duidelijk zeer moeilijk vond om te moeten gaan praten met mij over dingen waarvan ze zelf nog niet 100% zeker is of ze het daar überhaupt over WIL hebben en ook niet zeker is of het eigenlijk wel zo’n probleem is voor haar; zie ik haar binnen 10 minuten met mij meedenken over hoe we het doel formuleren, het cijfer dat ze zichzelf nu geeft, dat wat nu al goed gaat en dat waar verbetering in mogelijk is. Aan het eind van de sessie hebben we zelfs al een eerste techniek behandeld die ze thuis en op school verder mag oefenen. Ik zwaai een blij meisje uit en daarmee een blije moeder. De tweede en derde keer is moeder er respectievelijk zo’n 5 en zo’n 2 minuten bij en vanaf dan wil dit meisje het vanaf het begin alleen doen. Ze praat per keer makkelijker over waar ze tegenaan loopt en heeft plezier in de oefeningen, spelletjes en gesprekken. En ik ook! Ik geniet van haar ontspannenheid, het feit dat ze zo makkelijk praat met mij en grapjes maakt. Want lol hebben we… heel veel!