Categorie archief: Blog

Hooggevoelig en hoogbegaafd (2)

 

Een blog n.a.v. de lezing van Gekend Talent en Zien in Eigenheid van 3 oktober 2016

 

De avond begint met een uitleg over wat hoogbegaafdheid is. Voor mij gesneden koek. Mijn bijrijder, diezelfde avond voor het eerst ontmoet, zit naast me, intens te luisteren. Wanneer het zijnsluik van Tessa Kieboom voorbij komt, fluistert ze enthousiast naar me: “Wow, dit is het!” Het zijnsluik gaat er vanuit dat er nog andere kenmerken van hoogbegaafdheid zijn naast de bekende aspecten als: een grote motivatie (voor zaken die ze interesseren), een hoge intelligentie en een hoge mate van creativiteit (Mönks). Tessa zegt dat naast de leerhonger, ook een ‘anders zijn’ en ‘anders voelen’ aanwezig is. Daar horen kenmerken bij als een sterk rechtvaardigheidsgevoel, perfectionisme en gevoeligheid.

Een paar dagen na de lezing hoor ik van een moeder een uitspraak van de leerkracht van haar dochter: “Uw kind is niet hoogbegaafd. Dan zou ze heel veel dingen in één keer moeten kunnen. Uw kind is hoogintelligent.” Ik besef me door deze onwetende opmerking en het enthousiaste gefluister van mijn buurvrouw tijdens de lezing, hoeveel mensen nog níet weten wat hoogbegaafdheid nu eigenlijk echt inhoudt. En dat ik deze ‘stof’, voor mij welbekend, moet blíjven uitdragen om te voorkomen dat leerkrachten en anderen op zo’n verkeerde manier naar kinderen kijken. Hoogbegaafde kinderen zijn niet (alleen) die kinderen die alles meteen weten, altijd hun vinger omhoog hebben en de hoogste scores halen. Ze zijn er zeker wel, maar het is niet dé graadmeter om te hanteren als signalering. Het zijn kinderen die zich anders voelen. Een tijdje terug vroeg ik een leerling wat hij zijn nieuwe juf wilde laten weten over zichzelf. “Dat ik anders ben”, zei hij. Deze 4 woorden zeiden al genoeg. Ze zijn anders en ze voelen zich anders en dat kan heel erg moeilijk zijn. Kom dan als leerkracht ook niet aan met opmerkingen (waargebeurd!) zoals: “Ze moet zich maar aanpassen aan de klas en socialer worden.” Socialer worden? Ga maar eens als mens met een gemiddeld IQ 5,5 uur per dag in de schoolbanken zitten met allemaal mensen met een IQ van 60, dus mensen met een verstandelijke beperking. En probeer dan maar eens sociaal met hen te zijn, oftewel, te proberen op hun niveau te komen en in hun gesprekken mee te doen. Aanpassen aan de groep? Je zou zeggen: dat kan toch niet?! Waarom zou je dat überhaupt willen? Tegen hoogbegaafden zeggen we: “Je moet je hele leven nog in deze maatschappij functioneren, dus je zorgt maar dat je het gaat leren.” Is dat eerlijk? En is dat eigenlijk wel 100% waar? Tuurlijk moet je kunnen communiceren met anderen, maar zal je na je basisschooltijd of na het VO in de maatschappij nog altijd in de situatie blijven dat je uren per dag samenwerkt met mensen van een totaal ander niveau? Vaak niet. Behalve zij die zich wél gingen aanpassen en zo sterk zelfs dat ze niet anders meer konden dan dat. Mensen die vaak niet gelukkig zijn in hun leven. Wat me nog het meeste pijn doet in ‘onwetende’ opmerkingen van leerkrachten is het feit dat ze totaal geen rekening houden met de gevoeligheid van het kind. En dan komen we direct op het 2e onderdeel van de lezing. Alle hoogbegaafde kinderen zijn in een bepaalde mate gevoelig. Dabrowski heeft het over verschillende typen gevoeligheden:

  • De fysieke gevoeligheid. Kinderen moeten dan vaak ook bewegen om zich te kunnen concentreren.
  • De zintuigelijke gevoeligheid. Deze kinderen kunnen enorm genieten van muziek en de natuur.
  • De beeldende gevoeligheid. Bij deze kinderen kunnen fantasie en waarheid door elkaar lopen. Mensen noemen het vaak liegen, maar deze kinderen vertellen vaak iets dat echt gebeurt is, maar door hun grote fantasie komt er van alles bij. Ze liegen dus niet bewust.
  • De intellectuele gevoeligheid. Zij willen alles weten en zijn kritisch.
  • De emotionele gevoeligheid. Deze kinderen voelen intenst. Ze hebben last van de emoties van anderen. Vaak uit zich het in fysieke klachten. Ze maken zich vaak zorgen. Deze kinderen hebben vaak ook intense contacten. Je moet hen leren dat je ‘echte, goede vrienden’ hebt en bv. ‘speelvrienden’ of ‘voetbalvrienden’.

Wanneer je dit weet, kijk je heel anders naar gedrag of fysieke uiting. En daardoor kun je ook op een betere manier begeleiden en helpen. Ik heb bijvoorbeeld al verschillende kinderen meegemaakt die veel moeite hebben met grote veranderingen. Eén van die veranderingen is bijvoorbeeld de overgang van groep 8 naar de brugklas. Deze kinderen vonden het zo ontzettend spannend! Het is namelijk zo totaal anders dan ze gewend zijn en ze hebben geen idee hoe het er uit gaat zien. Dit maakt ze onzeker en bang! Het helpt dan niet om te zeggen: “Ach joh, iedereen vindt het wel spannend, maar het komt allemaal wel goed!” Want zeer waarschijnlijk vindt jou kind het veel spannender door zijn of haar hoge gevoeligheid. Daarnaast gaan ze vaak met hun intelligentie allemaal scenario’s in hun hoofd halen van wat er kan gebeuren of wat er mis kan gaan. Ergens blanco in stappen, dat zijn ze niet gewend. Het is dan belangrijk de angst serieus te nemen en samen te gaan zoeken naar wat het kind nodig heeft om er minder tegen op te zien. Een paar extra bezoekjes aan de VO school, een gesprek met de toekomstige mentor, een overzicht van een dagindeling, een dagje meedraaien, een filmpje, foto’s, allemaal dingen die kunnen helpen. Wanneer je daar vervolgens meer duidelijkheid in hebt gegeven, kun je samen de overgebleven angsten en scenario’s gaan bespreken. Schrijf alle angstige gedachten op die je kind noemt en ga vervolgens elke angstige gedachte omzetten in een helpende gedachte. Een gedachte die gaat helpen om het niet eng te vinden en er minder of niet tegenop te zien. Hang die helpende gedachtes op, herhaal ze regelmatig hardop zodat ze langzaam aan kunnen verinnerlijken. Op zo’n manier begeleid je je gevoelige kind op de behoeften die hij of zij heeft.

 

Hoogbegaafd en hooggevoelig, er is zoveel over te zeggen en schrijven. Ook ik ben nog lang niet uitgeleerd en heb een paar weken terug weer een boek hierover aangeschaft. Want hoe meer we hen begrijpen, hoe gelukkiger zij worden. En daar gaat het uiteindelijk om!

 

Hoogbegaafd zijn: leuk of écht niet!?

Een tijdje geleden hield ik ergens een praatje over hoogbegaafdheid. Ik vroeg de mensen, een gemêleerde groep, daar: “Wie zou wel eens hoogbegaafd willen zijn?” Het bleef angstvallig stil, mensen keken wat naar elkaar. Toen hoorde ik vlakbij me een voorzichtig ‘soms’. “Oké, wie zou soms wel hoogbegaafd willen zijn?” Een enkele vinger ging omhoog. “Waarom zou je dit willen?” De vrouw die ik de beurt gaf, vertelde dat ze het fijn zou vinden om meer te kunnen denken over dingen, dieper door denken. Weer een ander gaf aan dat ze het soms fijn zou vinden om meer te weten over onderwerpen. Om een beetje te peilen of deze groep nu gewoon wat stil en mak was of werkelijk bijna allemaal bewust hun vinger niet hadden opgestoken stelde ik nog een vraag: “Wie heeft heel bewust geen vinger omhoog gedaan, omdat hij of zij écht NIET hoogbegaafd zou willen zijn?” Ik dacht het al… weer maar een enkele vinger. Een man vertelde: “Ik ken iemand die hoogbegaafd is en ik merk dat hij het soms echt moeilijk heeft. Ik zou niet anders willen zijn.”

Nu wist ik nog niet zeker wat de rest van de groep dacht. Gingen ze gewoon mee met de rest, wisten ze het niet goed, of waren ze gewoon echt neutraal qua mening?

Een aantal jaren geleden dachten de meeste mensen nog wél dat hoogbegaafd zijn vooral leuk is. Inmiddels is er steeds meer bekend over hoogbegaafdheid en wordt ook de andere kant gezien. Maar weet men genoeg om werkelijk een antwoord te kunnen geven op mijn vraag? Ik denk van niet. De reactie van de groep liet dit al zien toen ik hen vertelde dat één derde van de volwassen hoogbegaafden in de psychiatrie zit en ook toen ik vertelde dat ik diezelfde week nog hoogbegaafde kinderen had gesproken die mij hadden gezegd dat ze liever niet hoogbegaafd zouden zijn. Hoewel ik dus een rustige groep voor me had, zag ik wel enigszins geschokte en verbaasde gezichten. In dit geval gebruikte ik het gegeven dat hoogbegaafde kinderen het echt heel moeilijk kunnen hebben, om daarmee aan te geven dat een beleid op en aandacht voor hoogbegaafdheid zeer belangrijk is. Want het was een groep met allerlei verschillende ouders en leerkrachten die niet allemaal kennis hadden over hoogbegaafdheid. En ik vond het belangrijk dat ook ouders van kinderen die niet hoogbegaafd zijn, begrijpen dat het niet een elitegroepje is die door een hoge intelligentie recht hebben op allerlei leuke activiteiten en extra aandacht. Want dat wordt nog steeds wél heel veel gedacht. Aan de ene kant is dat logisch aangezien veel scholen nog beter moeten leren communiceren over waarom ze wat doen voor kinderen die passend onderwijs nodig hebben. Aan de andere kant merk ik zelf ook dat het lastig kan zijn om hier goed over te communiceren. Want hoe meer er wordt bericht over hoogbegaafdheid, hoe meer het beeld bevestigd lijkt te worden dat deze groep kinderen meer aandacht krijgt dan het gemiddelde kind. Natuurlijk beseffen ouders vaak niet hoeveel uren per dag het gemiddelde kind eigenlijk de aandacht van de leerkracht krijgt ten opzichte van het hoogbegaafde kind. Hoeveel uren per week het hoogbegaafde kind al zelfstandig aan het werk is, terwijl het gemiddelde kind nog gezellig meedoet met de instructie met de leerkracht. Of zelfs, nog gezelliger, soms aan de instructietafel mogen zitten. “Gezellig? Dat vindt mijn kind echt niet gezellig hoor? Die heeft liever dat ‘ie alles snapt!” zullen veel ouders zeggen. Maar ik bedoel natuurlijk vanuit het hoogbegaafde kind gezien. Voor hem of haar is dat een momentje gezellig aandacht krijgen van juf of meester.

Terug naar of hoogbegaafd zijn nu leuk is of niet. Het is toch eigenlijk heel erg dat zoveel kinderen het liever niet zouden zijn? Dat het ze zoveel ellende brengt? Terwijl ze zoveel prachtige talenten hebben waar ze zóveel mee kunnen doen. Maar… dan komt het… MITS het op de juiste manier begeleid wordt. En een écht juiste manier… het is maar de vraag of die bestaat in Nederland. Want we zitten nu eenmaal vast in een onderwijssysteem waar moeilijk van los te komen is. Sommige scholen komen een eind, maar uiteindelijk zullen leerlingen altijd in een soort keurslijf moeten blijven die soms totaal niet past. Maar dat geldt natuurlijk niet alleen voor hoogbegaafde leerlingen, maar voor allen die op een andere manier leren dan wij op scholen aanbieden.

En hoe zit het dan met volwassen hoogbegaafden, die niet meer vast zitten aan een onderwijssysteem? Helaas kun je dat niet helemaal loskoppelen, want zij hebben vaak wel schade opgelopen in dat systeem waar ze vroeger in zaten. Een systeem die voor velen nog vele malen erger was dan het nu is. Bovendien lopen velen in hun werk tegen dezelfde problemen aan als kinderen tegenwoordig op school. Toch zijn er echt wel gelukkige hoogbegaafden die blij zijn met hun hoogbegaafdheid. Die zien dat ze mooie mensen zijn met mooie talenten. Dat ze zuinig en dankbaar mogen zijn op die aspecten waar ze extra in uitblinken. Profijt hebben ook van hun kwaliteiten. En nu is het onze taak om onze kinderen met een laag zelfbeeld ditzelfde mee te geven, ondanks het type onderwijs waar ze in zitten. Zodat zij mogen gaan voelen dat ze anders zijn, maar mooi anders en bijzonder anders! Want uiteindelijk gaat het er niet om wat andere mensen vinden van hoogbegaafdheid, maar gaat er om dat de hoogbegaafde kinderen en volwassenen zélf tevreden en blij kunnen zijn met wie ze zijn. Dat is het allerbelangrijkste!

Het bange wezeltje

De afgelopen weken heeft er elke zaterdag een nieuw deel van de blog ‘het bange wezeltje’ op onze website en Facebook gestaan. Direct hieronder het laatste deel. Alles teruglezen? Scroll helemaal naar onderen en lees alle blogs nog eens na.

Het bange wezeltje (6)

Vanavond is het eindgesprek met ouders en Selina. Ik heb er veel zin in! Ik verwacht dat ouders verrast zullen zijn om te horen wat we allemaal hebben gedaan en bereikt. Ik ben dat in elk geval zeker! Wanneer ze bij me aan tafel zitten, zegt moeder: “Het is wel spannend hè?” Ik besluit om er niet meteen op in te gaan, dit komt straks. Ik begin met vertellen wat we hebben gedaan. Af en toe vraag ik Selina om een stukje te vertellen of uit te leggen. Soms stellen de ouders een vraag tussendoor. Ik zie trotse en blije blikken over en weer gaan. Ouders vragen zich af of het soms ook moeilijk was voor Selina om antwoorden te geven op vragen. Ik geef aan dat ik soms wel stiltes heb laten vallen. “Vond je dat niet eng? Hoe vond je dat dan?” vraagt moeder aan Selina. Het is even stil. Dan vind ik het tijd om het onderwerp aan te snijden dat Selina en ik ook samen hebben voorbereid: de rol van de ouders, hoe kunnen zij supporten. Ik vertel ze dat ze soms kunnen denken dat Selina iets vast eng gaat vinden, maar dat dit niet altijd klopt. En dat het niet helpt om te zeggen: “Je hoeft niet bang te zijn. Het is wel spannend he?” Moeder knikt, ze begrijpt het. “Dat werkt zelfs averechts!” zegt ze. Ik geef aan dat dit niet zo hoeft te zijn, maar het helpt in elk geval ook niet. En het klopt niet, het zegt meer iets over het gevoel van moeder, dan over dat van Selina. Moeder vraagt zich af hoe ze er dan achter kan komen of Selina iets spannend vindt. Samen met Selina had ik daarvoor al een vraag bedacht die altijd gesteld kan worden: “Heb je er zin in?” Ik geef de andere tips die Selina kunnen helpen om meer gericht te zijn op haar doel en te kunnen switchen naar fantastische Selina. De ouders zijn blij met de tips en zien het zitten om Selina nu verder te begeleiden. De ouders krijgen het eindverslag mee met daarbij een concept van een verslag voor school, waar ze van tevoren al om hadden gevraagd. We spreken af dat wanneer het nodig is, Selina nog een paar keer langs mag komen. Tevreden sluit ik de deur achter dit fijne gezin. Wat mooi dat deze mensen zo open wilden zijn naar mij toe en zo open stonden voor de tips die ik ze gaf. In gedachten ga ik nog even terug naar één moment in dit eindgesprek. Een moment waarop Selina vertelde dat ze weer een spannend moment had meegemaakt die week. “Ik probeerde te denken aan waarom ik daar was”, vertelde ze. En: “Ik herkende het bange gevoel!” Ik voel de kippenvel weer op mijn armen. Die Selina…! Ze komt er wel!

Deze blogs zijn geplaatst in overleg met de ouders. De naam Selina is fictief en een aantal feiten zijn aangepast.

In deze blogs hebben we u een inkijkje willen geven in de coachings’keuken’. Bent u geïnteresseerd in coaching voor uw kind(eren)? Stuur een mail of maak een afspraak. In een vrijblijvend intakegesprek kunnen we samen bekijken wat er mogelijk is.

 

Het bange wezeltje (5)

Wat vond Selina het gek om de situatie waarin ze een bang wezeltje was opnieuw uit te spelen als fantastische Selina. En waarom zo gek? Omdat ze ervaarde wat een enorm verschil het was! We praten over wat ze van het bange wezeltje vindt en wanneer die nut heeft. Vervolgens kom ik in gesprek met het bange wezeltje en ik geef haar door wat Selina heeft gezegd. Ik vraag haar ook wat ze doet voor Selina. Dat vindt ze moeilijk te zeggen. Ik zeg haar dat Selina en ik denken dat ze Selina wil beschermen en zorgen dat haar geen pijn wordt gedaan. En dat dit soms ook heel goed en belangrijk is. Maar in de situatie die is nagespeeld, heeft zij Selina daarin pijn gedaan? Het bange wezeltje knikt. Ja, ze heeft haar pijn gedaan. En fantastische Selina dan? Het bange wezeltje beseft dat fantastische Selina in deze situaties heel goed is voor Selina. Ik vraag het bange wezeltje of ze zich wil terugtrekken in dit soort situaties. Wanneer Selina iets graag wil, dan hoeft zij als bang wezeltje niet zo aanwezig te zijn. Laat fantastische Selina maar voorgaan, die maakt Selina veel gelukkiger op dat moment.

Een prachtige afsluiting van de oefeningen van de laatste bijeenkomst. We hebben voldoende besproken om tot de oplossingen te komen. Het gericht zijn op het doel, het switchen naar fantastische Selina, letten op het gevoel, we schrijven alles op en bedenken samen hoe haar ouders haar kunnen helpen. Wanneer Selina wordt opgehaald door haar moeder checkt die even bij mij of Selina ook bij het eindgesprek erbij zit. “Jazeker”, zeg ik, “we gaan jullie samen vertellen wat we hebben gedaan en geleerd.” “Oh spannend”, zegt moeder, “maar dat komt vast wel goed”. Met een glimlach open ik de deur voor ze en kijk ze na.

Het bange wezeltje (4)

Ietwat gespannen zit ik te wachten op Selina. Vanavond moet hét gebeuren, ik hoop tenminste dat we vandaag tot de kern komen en oplossingen kunnen gaan bedenken voor Selina’s probleem. Ook wil ik vandaag gaan bespreken hoe haar ouders haar kunnen helpen en hoe niet. Veel te bespreken dus, gelukkig heb ik al afgesproken dat we een uur gaan zitten in plaats van 3 kwartier.

Wanneer Selina binnen komt, bespreken we even kort de afgelopen periode. Nee, ze heeft niet aan het voelen gedacht. Maar ze heeft wel een fantastische Selina moment meegemaakt. We praten er even over. Dan vraag ik haar om mee te doen met een oefening. Uit deze oefening leert Selina al één heldere oplossing: “Ik moet denken aan mijn doel en niet aan de blokkade”. Vervolgens gaan we naar de volgende oefening die ik van tevoren bedacht heb. Ik ga de situatie van de 3e bijeenkomst opnieuw uitspelen, waarbij ik zelf Selina speel. Als bang wezeltje dus. Ik verwoord daarbij zoveel mogelijk gedachten en gevoelens die we de vorige keer hebben besproken. Selina moet hier naar kijken en ook checken of ik het goed doe en zeg. Wanneer ik klaar ben zetten we de meubels weer goed. Ik vraag Selina hoe ze dit vond. Ik zie haar rechtop zitten met een zelfverzekerde blik op haar gezicht en ze zegt: “Ik snap niet waarom dit zo eng zou zijn. Daar hoef je toch niet bang voor te zijn?” Mijn hart maakt een sprongetje! Ik besef dat ik op dit moment met de fantastische Selina spreek. De fantastische Selina die het bange wezeltje onzin vindt, stom vindt. Ik vraag haar of fantastische Selina even wil laten zien hoe deze situatie volgens haar zou moeten zijn gegaan. Dit vindt ze goed. Selina doet de hele situatie van voren af aan. Af en toe vraag ik haar: “Hoe voel je je? Wat denk je nu?” Ik zie een totaal andere houding dan de eerste keer als bang wezeltje. Ze is zelfverzekerd, gaat recht op haar doel af en doet simpel datgene waar ze eerder bang voor was. Dan komt ze bij het gedeelte waar het bange wezeltje volledig blokkeerde en afhaakte. Het is het punt dat Selina de groep inkijkt en alle ogen op haar gericht ziet. Selina moet iets voor de groep doen, maar het bange wezeltje in haar zag iedereen kijken en durfde niet meer. Nu zie ik fantastische Selina in dezelfde situatie staan. Ik vraag haar: “De mensen kijken naar je. Wat denk je nu?” Dan spreekt ze de prachtigste woorden die ik niet meer zal vergeten: “Gelukkig, iedereen kijkt, niemand zit achterom en niet op te letten.” Ik besef me dat mijn provocatie van de vorige keer iets heeft gedaan in Selina. Ik stop Selina in haar ‘spel’ en zeg haar hoe fantastisch ik dit vind. Ze maakt het vervolgens nog even af en laat bij het laatste stukje opnieuw zien dat ze totaal niet bezig is met ogen die op haar gericht zijn, ook niet als ze wegloopt. Ze loopt nu frank en vrij weg en niet met gebogen hoofd. Prachtig om te zien! Het is tijd om in gesprek te gaan met het bange wezeltje…

 

Het bange wezeltje (3)

Selina zit voor de derde keer bij me voor een coaching sessie. Zojuist heeft ze mij voorbeelden genoemd van een bang wezeltje moment en een fantastische Selina moment. Samen hebben we terug proberen te halen hoe ze zich toen voelde en hoe dat er uit zag, waardoor we nu nog duidelijker op papier hebben staan hoe beide staten er uit zien bij Selina. Ik maak een snelle overweging in gedachten. Want het bange wezeltje voorbeeld is een mooi voorbeeld om dieper op in te gaan en te ontdekken wat er nu precies gebeurt bij Selina. Een manier om dit te doen is psychodrama. Zou dit kunnen bij Selina, zou ze dit willen? Ik besluit het te gaan proberen en leg haar even kort uit wat ik wil gaan doen en of ze mee wil doen. Ja, dat wil ze, dat is fijn! We verschuiven een aantal meubelstukken en spelen de hele situatie stap voor stap uit. De hele tijd door gaan we samen naast elkaar van plek naar plek en stel ik haar vragen: “Wat gebeurt er nu? Hoe voel je je nu? Wat denk je nu? Hoe bang ben je nu? Wat zeggen je ouders nu tegen je?” Dan komt ze bij het gedeelte waar het bange wezeltje volledig geblokkeerd raakt en afhaakt. Het is een punt waarop Selina de groep inkijkt en allemaal ogen op haar gericht ziet. Selina moet iets voor de groep vertellen, maar ziet iedereen kijken en durft niet meer. Ik zeg ietwat provocerend tegen haar: “Maar wat dacht je dan? Je wist toch dat je dit ging doen en dat ze dan zouden gaan kijken? Of dacht je dat iedereen naar de grond zou kijken?” Als ik doorvraag waarom dit nu zo eng voor haar is, komt Selina er niet uit. “Ik heb dit altijd eng gevonden”, zegt ze ten slotte. We spelen de situatie verder uit en wanneer we klaar zijn zetten we de meubels weer terug en gaan we weer op onze stoelen zitten. Ik heb het er warm van gekregen, maar ben heel blij met wat er zojuist is gebeurd. We hebben nu namelijk veel meer zaken helder, er zijn echt dingen aan het licht gekomen. Snel bedenk ik hoe we het laatste kwartiertje het beste kunnen invullen. Mij is opgevallen dat Selina moeite heeft met het voelen, dus ik besluit nog een paar voeloefeningen te doen. Wanneer we klaar zijn vraag ik haar om de komende tijd meer te letten op wat ze voelt. Want wanneer ik haar wil leren te switchen van bang wezeltje naar fantastische Selina, dan moet ze het wel door hebben dat ze het bange wezeltje aan het worden is. In de oefening psychodrama zag ik dat het bange wezeltje heel langzaam in Selina sluipt, zonder dat ze het bewust door heeft. Op het moment dat het bange wezeltje zorgt voor blokkeren en opgeven, is het eigenlijk te laat om te switchen naar fantastische Selina. De druk is vóór die tijd namelijk al enorm opgevoerd tot dat hoogtepunt en die blokkering. Ik wil graag dat Selina leert om bewust te voelen dat ze zich wat bang voelt en op zo’n moment fantastische Selina probeert te worden. Maar hoe kan ze dit worden… dat is een vraag waar we ons de volgende keer, de laatste keer van het mini traject, op moeten gaan richten…

Het bange wezeltje (2)

Selina komt opgewekt de kamer in. We bespreken hoe het gaat en of er ook angstige momenten zijn geweest de afgelopen tijd. Selina heeft een spreekbeurt gehouden in de klas en dat vond ze eerst wel eng, maar daarna ging het heel goed. Ik vraag haar waardoor ze denkt dat dit komt. “Omdat ik het al vaker heb gedaan”, vertelt Selina. We praten er nog even over door en vervolgens besluit ik de staatoefening te gaan doen. Samen met Selina bedenken we namen voor de angstige staat van zijn en de tegenovergestelde staat daarvan. Dat is even lastig, maar dan komen we op: het bange wezeltje en fantastische Selina. Ik vraag haar om het bange wezeltje te worden. Hoe ziet dat er uit, hoe zit die op haar stoel. Dit is natuurlijk helemaal nieuw voor Selina, dus ze kijkt me wat onzeker aan. Ik verander mijn staat ook in een wat bange staat: zak wat onderuit, laat mijn schouders hangen, kijk naar beneden en begin monotoon en zachtjes te praten. Dit spiegelen werkt, want Selina neemt dezelfde houding aan. Ik benoem wat ik bij haar zie en blijf wat monotoon praten, om haar goed in het gevoel te houden. Wanneer we gaan switchen naar fantastische Selina schudden we eerst even lekker gek met ons lijf en gaan dan weer zitten. Selina doet lekker mee. Het lukt haar goed om de fantastische Selina te laten zien. Ze zit rechtop, kijkt naar voren, helder, blij. Ze praat opgewekt. We switchen een paar keer van staat. Ik leg Selina uit dat ze dit zelf doet. Ze kan zelf veranderen naar fantastische Selina. Ik vraag haar om op te letten of ze het bange wezeltje of fantastische Selina herkent in situaties in het dagelijks leven en zwaai haar met die opdracht uit.

Het bange wezeltje (1)

Selina komt de kamer binnen. “Nou, dit is toch niet zo spannend, wel? Komt vast wel goed!” zegt haar moeder tegen haar. Ze blijft nog heel eventjes hangen, terwijl ik al met Selina begin over haar favoriete sport: volleybal. Wanneer moeder weg is beginnen we met de coaching.—Het is de eerste keer en ik vind het spannend hoe het zal lopen. Tijdens de intake was Selina heel stil en waren vooral haar ouders aan het woord. Ze vertelden dat Selina in sommige situaties snel bang wordt en dan blokkeert. Toen ze voorbeelden noemden, was Selina al snel in tranen. Met deze beelden nog op mijn netvlies ben ik benieuwd hoe snel we tot een probleemstelling en doel zullen komen. Ik heb van tevoren al bedacht dat ik haar de tijd ga geven om te antwoorden.—

Ik stel haar als eerste de vraag wat volgens haar het probleem is en waar we aan moeten werken. De stilte laat ik even duren, maar dan komt er een helder antwoord. “Ik geef snel op”, zegt Selina. “Oké”, zeg ik, “en waarom geef je snel op?” “Ik vind snel dingen eng”. Ik ben blij verrast… het lukt haar om antwoorden te geven en dat blijft de rest van de coachingsbijeenkomst zo. We schrijven samen op bij wanneer ze snel opgeeft en wanneer iets minder snel en we ontdekken dat er momenten zijn waarop ze iets eventjes heel eng vindt, maar dan toch niet opgeeft. De rest van de tijd maken we samen nog een groot vel met haar naam in het midden en eromheen allemaal dingen geschreven en getekend die bij haar horen. Wat kan ze goed, wat vindt ze lekker, wat zijn haar eigenschappen. Aan het einde van de 3 kwartier is er veel gezegd en besproken.

Wanneer ze naar huis is, ga ik nog alles na in mijn hoofd. Ik blijf hangen bij de vraag die ik haar op een gegeven moment stelde: “Vond je het eigenlijk ook eng om hier naar toe te komen?” Ze zei: “Nee.” Op de vraag waarom niet, vertelde ze dat ze het niet eng vond omdat ze wist wat er ging gebeuren, want dat had ik verteld tijdens de intake. Dus… moeder dacht waarschijnlijk dat Selina het eng vond om bij mij te komen, maar dat was helemaal niet zo. Ik glimlach en weet dat ik dit nieuwe inzicht nog zal gaan gebruiken in de komende coachingsmomenten…

 

De naam Selina is fictief. Lees elke zaterdag het volgende deel op de website.

Nog een keer… en nog een keer… en nog een keer

Ik zit met een groepje kinderen in een lokaaltje. Ze hebben allemaal iets gemeen. Ze hebben een hekel aan fouten, pakken uit zichzelf niet zo snel verrijkingswerk, doen graag dingen die ze al kunnen en hebben een hekel aan oefenen. We werken over mindset. De kinderen weten inmiddels wat een vaste, fixed mindset inhoudt en wat een groei, growth mindset is. Vandaag laat ik 2 foto’s zien. De ene van een jonge Nick Vujicic en de ander van een jonge Antonie Kamerling. Ik laat ze eerst eventjes goed kijken en al snel heeft eentje het door: “Hé, hij heeft geen armen.” Ik knik en vertel kort en luchtig: “Klopt, dit jongetje heeft geen armen en geen benen en dit is een ander blij jongetje.” Ik stel de vraag: “Stel, je zou 1000 Nederlanders vragen welk kind volgens hen een gelukkiger volwassene is geworden, wat zouden de meesten dan zeggen?” Dit is geen moeilijke vraag voor de kinderen. Het lachende blije jongetje rechts. Waarom? Omdat de ander geen armen en benen heeft. Oftewel…. dat is vast geen fijn leven. Natuurlijk hebben de kinderen al wel in de gaten dat er vast meer aan de hand is. Ik laat ze dan ook meteen een filmpje zien over Nick Vujicic, de man zonder armen en benen. Ik lees de ondertiteling voor. De kinderen kijken stil, verbaasd ook. Ze zien de man grapjes maken op een podium, ze zien hem een telefoon opnemen en een bal ‘werpen’ met zijn ‘kippepootje’. Het ziet er moeilijk uit voor iemand zonder armen en benen, maar de man doet het handig en geconcentreerd. Dan komt het stukje waarin hij zich laat vallen op zijn buik. Hij vertelt, al liggend: “Wat als je valt en weer wilt opstaan, maar het lukt niet? Je kan het 100 keer proberen, maar wat als het 100 keer niet lukt? Ga je dan opgeven, maar dan? Dan is het klaar, het einde, je zult niet rechtop komen. Als je niet blijft proberen, zal het nooit gaan lukken.”

Ik zet het filmpje weer op pauze en zoek het juiste stukje film op. Wanneer ik ‘em weer aanzet, wordt het in het lokaaltje nog stiller dan het al was. We zien deze man zonder armen en benen, deze man die op de grond op zijn buik ligt, we zien hem het onmogelijke doen. Hij komt overeind! Op het moment dat hij rechtop ‘staat’ zet ik het filmpje weer stil. Ik zie aan de kinderen dat ze onder de indruk zijn. Ik benadruk nog een keer hoe onmogelijk dit eigenlijk is, maar dat deze man zoveel kan zonder zijn armen en benen. En dat allemaal omdat hij gewoon blijft proberen. Net zolang tot het lukt. Wat een inspiratie! Ik laat nog even kort zien hoe een aantal scholieren hem omhelzen na zijn praatje. Ik vertel dat hij op veel scholen spreekt en veel kinderen inspireert. “Komt hij ook in Nederland?” wordt er meteen gevraagd. Ik antwoord dat ik denk van niet. Op verzoek van de kinderen schrijf ik Nick z’n naam op het bord. Het wordt overgeschreven op handen en in mappen om thuis nog eens meer over hem op te zoeken.

Opnieuw een mooi voorbeeld voor de kinderen, na die andere voorbeelden die ik in deze mindsetgroep al heb laten zien. Van mensen die doorzetten, blijven oefenen en proberen, mensen die zich niet uit het veld laten slaan door tegenslag. Zo probeer ook ik elke week in een aantal dingen door te zetten, een uitdaging aan te gaan, uit mijn comfortzone te stappen. En dat is soms ontzettend spannend en eng en dan wil ik heel hard wegrennen. Maar als ik dan weer denk aan dit soort voorbeelden, dan verzamel ik weer nieuwe moed en probeer ik het nog een keer. En nog een keer… En nog een keer……..

….tot het uiteindelijk lukt!

 

Bovenstaand filmpje keken we tot 1:00 minuut. Vervolgens het filmpje hieronder van 2:43 tot 3:21. Daarna het bovenste filmpje vanaf 1:59 (nog een beetje ‘doorgespoeld’)

 

Hooggevoelig en hoogbegaafd

Een veel voorkomende combinatie. Bepaalde mensen zeggen zelfs dat álle hoogbegaafden ook hooggevoelig zijn. Bij hooggevoeligheid kun je denken aan: snel ergens om huilen. Maar ten eerste is hooggevoeligheid veel meer dan dat en ten tweede hoeft het niet zo te zijn dat je snel huilt. Beter is misschien: snel geraakt zijn. Maar ook dat is niet altijd duidelijk aanwezig. Soms heeft iemand zo’n overlevingsstrategie ontwikkeld van niet willen, mogen en/of kunnen vóelen…, dat dit er niet uit komt. Wat is hooggevoeligheid nog meer dan? Ik noem een aantal dingen, niet vanuit een boek, maar gewoon vanuit ervaring. Hoewel de boeken erover zeer interessant zijn, houd ik er niet van om rijtjes kenmerken o.i.d. te citeren.

 

Allereerst is er de gevoeligheid voor allerlei prikkels. Dit is eentje waar ik zelf veel gevoel en begrip voor en over heb, enerzijds omdat ik er pas achter ben gekomen dat ik zelf heel gevoelig ben voor prikkels. Anderzijds omdat onze dochter met autisme hier veel last van heeft en ik me er daarom graag wat extra in verdiep. Geluiden, geuren, smaken, het kan allemaal heel sterk binnenkomen. Voor de één is het meer de geluiden, voor de ander zijn de geuren vooral heel sterk. Maar ook visueel gezien kun je overprikkeld raken. Je ziet alles en elk detail en/of je kan allerlei kleuren en patronen als heel druk ervaren. Als leerkracht had ik het op de een of andere manier heel snel door als een leerling in mijn klas van zijn werk op keek. Vaak vonden onze blikken elkaar dan snel en soms zag ik dan een soort betrapte blik waarop de leerling gauw weer verder ging werken. Of er was gewoon even gezellig oogcontact met een glimlachje en/of een knipoog.  Nu ik hier over nadenk zou dit wel eens hiermee te maken kunnen hebben. Ook heb ik altijd een gevoeligheid voor geluiden gehad. Dat kan dan soms zo tegen mijn grens zitten dat ik er echt sacherijnig van word. Sommige hoogbegaafde kinderen hebben dit ook zeer sterk en kunnen dan een goede koptelefoon (om het geluid te dempen) gebruiken. Leerkrachten hebben helaas de neiging om deze eerder te geven aan kinderen met lagere scores of kinderen die gedragsmatig opvallen, waardoor de beschikbare koptelefoons snel op zijn. Ik zou zeggen: schaf in overleg met de leerkracht zelf een goede aan. Verschillende merken als Alpine, Jippie en Peltor schijnen goed te zijn en er zijn er nog wel meer.

 

Als we het over hooggevoeligheid hebben, is het sociale aspect ook een hele belangrijke. Inlevingsvermogen is heel groot en het kind is veel bezig met andere kinderen. Wie is wie, wat doet de ander, wanneer doet hij dit en wanneer dat. Het kind analyseert het helemaal en is meer met de ander bezig dan met zichzelf. Zelf vind ik het ook heerlijk om groepen mensen te analyseren. Bv. in reality televisieprogramma’s als bv. Expeditie Robinson. Hoe doen mensen in bepaalde situaties en wat maakt dat ze veranderen van mening of aanpak. Aanpasgedrag kan ook ‘gevaarlijk’ zijn, aan de andere kant is de kans op meegaan met regelsovertredend gedrag vaak ook weer niet heel groot, aangezien velen ook een sterk gevoel hebben voor regels en afspraken. Ze kunnen er vaak met hun hoofd niet bij dat een klasgenoot zich niet houdt aan de schoolregels.

 

Een sterk rechtvaardigheidsgevoel past ook in dit plaatje, maar hoort sowieso ook bij hoogbegaafden. Daarnaast komt een gevoeligheid voor falen ook zeer vaak voor en verder heeft een hooggevoelig kind vaak veel baat bij voorspelbaarheid en structuur. Bereid je kind voor wanneer iets anders gaat dan anders en vraag ook de leerkracht om hier rekening mee te houden. Ik moet bij dit aspect ook weer sterk denken aan onze dochter met autisme. Ik probeer daar altijd aan te denken, wanneer ik een kind tref dat die duidelijkheid nodig heeft. Zoals ik haar voorbereid op wat er gaat komen, zo doe ik dit ook zoveel mogelijk met deze kinderen. Elke week wordt ik hier weer mee geconfronteerd wanneer een aantal van de kinderen uit mijn plusklassen weer vragen: “Juf, wat gaan we vandaag doen?” Het is nieuwsgierigheid en is het is vragen om duidelijkheid. En als ik eerlijk ben… dat heb ik zelf ook wanneer ik weer een dagje naar Utrecht ben gereisd voor studie. De trainer moet maar gauw vertellen wat we die dag gaan doen, anders word ik veel sneller onrustig. En een ander voorbeeld… wanneer ik in mijn hoofd heb gezet dat ik een bepaald ijsje wil en ze hebben dit niet in de betreffende winkel…. Pfff… dan moet ik even flink omschakelen!

 

Zoals gezegd ben ik vast nog niet compleet in mijn beschrijvingen van kenmerken van hooggevoeligheid in combinatie met hoogbegaafdheid. Maar dat hoeft ook niet en dat kan ook niet; ook elk hooggevoelig hoogbegaafd kind is weer anders en niet in een bepaald hokje te stoppen waarin je een aantal vaststaande kenmerken kunt aanvinken. Gelukkig maar… zo zijn we alleen maar allemaal uniek! Mooie mensen zoals we zijn! Maar het is goed om wat inzicht te krijgen en begrip.

 

Wil je wat lezen over dit onderwerp, dan kan ik je het boekje ‘gevoelig hoogbegaafd’ aanraden van Rineke Derksen. Heb je zelf een boekentip over dit onderwerp? Je kunt het in de reacties hieronder kwijt. Ben je zelf hooggevoelig of is je kind dit? Wat merk je zelf vooral? Deel dit met ons in de reacties, dan wordt deze blog nog veel waardevoller!

schermafbeelding_2013-03-19_om_08.01.28

Open dag

Een ontzettend tevreden en blij gevoel… dat is wat ik heb overgehouden aan de open dag van zaterdag 22 augustus!

Rond half 2 komen de eerste kinderen met ouders via de poort de tuin binnen. Ze worden welkom geheten door onze vrijwilligster Lammie die ze een flyer meegeeft met wat er allemaal te doen is vandaag. Ook leuk om gewoon later thuis nog eens door te nemen en te laten zien aan eventuele thuisblijvers. Vervolgens schrijven ze een naamkaartje en kijken om zich heen om te bedenken waar ze eerst eens zullen kijken. De één loopt direct naar de nabijgelegen tafel van Sasja Schonewille, die met een 3D printpen in de weer is. Geïnteresseerd blijven veel kinderen en ouders bij haar kijken. Eén van de meisjes krijgt een pas gemaakte vlinder mee. Ze straalt, is er heel blij mee! Sasja wijst op de flyer van de workshop die ze in september bij ons gaat geven.

Andere kinderen lopen naar de spelletjeshoek en kiezen één van de vele spellen of puzzels. Ze gaan in de garage aan tafel zitten spelen. Eén van de jongens besluit meteen een moeilijk level te kiezen van het denkspel. Maar dit valt nog niet mee. Een andere jongen pakt een 3d puzzel, maar legt ‘em al weer snel weg. ‘Te moeilijk!’

Naast de garage is de schuur waar druk geknutseld wordt. Sommige kinderen kiezen ervoor om een figuurtje te maken met ijzerdraad. Eén van de kinderen is bezig met het solderen van een fiets. Geduldig houdt vrijwilliger Arnoud een stukje ijzerdraad met een tangetje tegen het andere stukje aan, zodat er gesoldeerd kan worden. Het lukt niet goed, maar ze blijven geconcentreerd proberen, zoeken naar andere manieren om het wel te laten slagen. Ondertussen praat ik buiten met moeder die aangeeft dat haar zoon vaak moeite heeft met doorzetten. Wat super dat hij nu zo doorzet met dit werkje!

Ik kijk even later in de schuur bij Peter. Hij staat bij een meisje dat druk bezig is spijkers in een plankje te slaan. Het wordt een bloem. Ze houdt de spijker vast met een tangetje, zodat ze niet op haar duim kan slaan. Handig zeg!

Ik loop door de tuin en zie ondertussen dat het jongste meisje dat vandaag is meegekomen met ouders en broer en zus zich ook prima vermaakt in de zandbak bij vrijwilligster Ellyne. Als ik naar binnen loop zie ik dat Margreet aardig wat kinderen aan de tafel heeft zitten. Ze zijn bezig met hexaflexagons. Ik hoor verbazende uitroepen. Wat zit dit toch grappig in elkaar.

Via de keuken, waar al heel wat cakejes zijn versierd, loop ik een rondje en kom bij de zithoek in de woonkamer. Daar zitten een vader en zoon foto’s te bekijken van de octomiddagen. Er wordt ook gebladerd in een aantal boeken die daar liggen. Dan komt de jongen bij me die al die tijd bezig was geweest met het maken van het fietsje. Hij houdt het werkstukje trots voor mijn neus. “Kijk eens?” Wow, ik ben onder de indruk en dat zeg ik hem ook. Vooral om zijn doorzettingsvermogen, want ik zie veel soldeerpunten waar veel geduld voor nodig moest zijn geweest. Ik vraag hem of hij trots op zichzelf is. Hij knikt blij. Ik mag een foto van hem maken. Dit moet natuurlijk vastgelegd worden.

Buiten zie ik mensen in de leren leren hoek zitten. Ze doen een leerstijlentest achter de laptop. Ik besef dat het allang 3 uur geweest is, maar het is nog zo leuk en gezellig. Ik peins er niet over om mensen weg te sturen. Een aantal mensen beginnen aanmeldformulieren in te vullen en kinderen komen naar me toe om me te bedanken. Langzaam aan vertrekt iedereen, tot we uiteindelijk de poort kunnen sluiten. Het is bijna 4 uur en het zit er op. Wat was het super! Met een aantal vrijwilligers praten we nog lange tijd na en genieten we van de verhalen van elkaar. Na het opruimen eten we nog een patatje samen en dan vertrekken ook zij. Onze meisjes zijn alweer opgehaald bij de oppas en zijn lekker aan het springen op de trampoline. Peter en ik blijven even lekker zitten. We zijn moe!!! Maar…. heeeeel voldaan!

 

Benieuwd naar de foto’s? Kijk op deze pagina.

Tour du mindset

Ik zit naar de Tour de France te kijken. Het is dag 1, de tijdrit in Utrecht. Ik kijk met de ventilator op me gericht, maar heb het alsnog warm. Heel warm! Het is zo’n 35 graden, in Utrecht waarschijnlijk nog wat warmer. De afgelopen week kwam het ene bericht na het andere dat activiteiten op zaterdag zouden worden afgelast vanwege de hitte. Maar de Tour de France gaat gewoon door, natuurlijk gaat ‘ie door. TourUtrecht

Ik kijk al jaren, vroeger al als kind met mijn vader. Ik weet genoeg van de Tour de France om te weten dat het een kei, keiharde sport is. Ik kan geen sport verzinnen die meer van een mens vraagt als het wielrennen in de Tour. 3 weken lang hele dagen op de fiets zitten in verschillende weersomstandigheden met maar een paar rustdagen tussendoor. Keiharde wind, extreme regen, extreme hitte. Kapot zijn, stuk zijn, soms letterlijk door valpartijen, Valpartij-Tour-de-Francemaar toch doorgaan. Bergen op met stijgingspercentages van 10% of nog hoger, 9 aankomsten bergop. De druk van het team, de druk om te presteren.

Wat een mindset laten deze wielrenners steeds weer zien! Want deze renners gaan deze slijtageslag niet alleen maar die 3 weken aan. Zij trainen en bereiden zich het hele jaar voor op deze wedstrijden. En die trainingen liegen er ook niet om. Zij die keihard trainen, trainen en nog eens trainen gaan bij de beteren horen. Maar ook het team is van groot belang. De renners hebben elkaar nodig. Renners rijden voor hun leider en doen er alles voor om hem te laten winnen. Dat betekent soms vooruit sprinten in een klein groepje en de halve dag vooruit blijven rijden met kans op de winst, om vervolgens zich te moeten laten terugzakken om de leider op te vangen. Ik heb er altijd met verbazing naar gekeken. Renners die toestemming moeten vragen om te mogen gaan voor een etappewinst en soms keihard nee te horen krijgen.

Wij ‘gewone’ mensen kunnen hier veel van leren. Hebben wij niet heel vaak een verkeerde mindset? Carol Dweck noemt het de fixed mindset. Als het moeilijk wordt, geef je snel op. Als iets niet lukt, dan kun je dat zeker gewoon niet. Wanneer je kritiek krijgt, baal je gigantisch. Zie je je collega’s het goed doen en complimenten krijgen, dan ben je jaloers. Van lang iets moeten proberen, oefenen of leren word je maar moe. Je stopt liever en gaat iets doen wat je kan, waar je goed in bent. 1001004010967760

Topsporters zijn voor mij de beste voorbeelden van een growth mindset. De mate van doorzetten en trainen is zo groot en de teleurstellingen en het falen waar ze mee te maken hebben ook. Als ik lessen geef aan kinderen over mindset, haal ik vaak het voorbeeld van Michael Jordan erbij. Het staat ook in het boek van Carol Dweck (mindset, de weg naar een succesvol leven). Michael Jordan was vroeger helemaal niet de beste basketballer. Hij werd zelfs uit het universiteitsteam gezet omdat hij niet goed genoeg was. Een natuurtalent? Nee dus. Maar een keiharde werker, dat wel! En zo werd hij de beste basketballer ooit. Tegenwoordig is hij een soort van motivational speaker. En motiverend is het! Ik raad iedereen aan via onderstaande links de filmpje te bekijken en je erdoor te laten inspireren. En kijk ook eens naar de Tour. Al is het alleen maar om het prachtige landschap!

https://www.youtube.com/watch?v=vPmiIusWg3g

https://www.youtube.com/watch?v=XhsfwYD7vdY

 Michael-Jordan

 

 

 

Hoogbegaafd

Blog 22 mei

“Er zijn maar een paar vrienden die weten dat ik hoogbegaafd ben. Ik vertel het liever niet aan mijn klasgenoten, want dan denken ze dat ik alles kan en weet. En dat terwijl ik helemaal niet zo heel goed ben in bv. rekenen.” Een citaat van 1 van mijn leerlingen. Ik heb haar gezegd dat ik hoop dat ze door mijn lessen nog beter gaat begrijpen wat hoogbegaafdheid precies is en waarom sommige dingen juist helemaal niet zo makkelijk gaan als je hoogbegaafd bent. Ze gaf al aan dat ze daarna misschien wel een keer een spreekbeurt durft te houden over hoogbegaafdheid.

Veel kinderen denken zoals dit meisje. Ze willen het liefst niet hoogbegaafd zijn, voelen op jonge leeftijd al aan dat deze stempel zorgt voor hoge verwachtingen bij hun klasgenoten. En dat terwijl ze zelf vaak al zo ontzettend perfectionistisch zijn. Je kunt ze geen ongelijk geven. Hoeveel volwassenen hebben niet zo’n beeld van hoogbegaafdheid. En stralen dat soms ontzettend negatief uit. “Waarom moeten die kinderen zoveel aandacht in een aparte plusklas? Ze kunnen toch alles al?” Verdrietig vind ik het.

“Ik vind hoogbegaafd zijn maar saai. Ik was het liever niet. Ik ben benieuwd of de andere kinderen dit ook vinden.” Deze leerling weet het niet anders te benoemen dan saai. Wat hij echt bedoelt? Ik weet het niet. Grote kans dat hij bedoelt ‘moeilijk’. Saai is vaak ‘moeilijk’ of ‘makkelijk’. Natuurlijk gaat het hier niet om de stempel. “Zie je nu wel, je moet ze gewoon niet testen. Wat hebben ze er nu aan dat ze dit weten. Geeft alleen maar ellende.” Nee, dat is het niet. Want of je ze nu test of niet, ze ZIJN hoogbegaafd. Ze VOELEN zich anders, ze DENKEN anders, ze ZIJN anders. En dat hebben ze op een gegeven moment door. Als ze jong zijn soms nog niet. En kan het zich uiten in emoties, agressie, (buik)pijn of terugtrekking. Maar het door hebben is nog iets anders dan het begrijpen. Ze snappen zichzelf, maar ook anderen zo vaak niet. Waarom doe ik zo, denk ik zo, waarom is dat anders dan ik mijn klasgenoten zie doen, hoor praten? Ben ik raar?

Daarom vind ik het belangrijk om kinderen te leren wat hoogbegaafdheid is. Belangrijk om psycho-educatie te geven. Een woord dat ik sinds kort gebruik, sinds ik het mijn studiegenoot hoorde gebruiken. Het dekt de lading. Want we moeten ze leren om zichzelf te begrijpen, zichzelf te leren kennen. Want zoals een leerling van mij zei: “Ik heb mezelf beter leren kennen door u. Ik begrijp mezelf beter en ben nu gelukkiger.” Geweldig toch!? Daar doe je het voor!

hoogbegaafd

Octomiddag: naschoolse opvang?

Blog 8 mei 2015

Afgelopen woensdag hadden we weer een octomiddag. In het begin zei één van de kinderen: “Kapla heb ik thuis ook wel.” Een ander kind merkte op dat het net naschoolse opvang was. Aan het einde van de middag wilden ze allebei weer komen, ze hadden het leuk gehad!

Wat maakt een octomiddag anders dan een creatief middagje thuis of een middagje bij de naschoolse opvang?

Ten eerste de aanwezige materialen. Er zijn veel spellen en puzzels vanaf 8 of 10 jaar. De meesten kunnen aardig pittig zijn. Maar je kunt het ook makkelijk houden door het beginnersniveau te doen. De meeste kinderen beginnen daarmee. Wanneer ze het supersnel oplossen, stimuleer ik ze om een volgend niveau te gaan doen. Hoe moeilijker, hoe meer doorzettingsvermogen er nodig is. Je moet bij veel spellen vooruit kunnen denken en kijken, logisch nadenken en kunnen visualiseren.

We hebben ook gezelschapsspellen. Deze zorgen voor verbinding tussen de verschillende kinderen. Plezier, contact, gesprek en begrip. Want ze hebben meestal wel een aantal dingen gemeen bv. dat ze allemaal goed zijn in een aantal of alle vakken op school. Dat ze een brede interesse hebben en dat ze anders denken dan andere kinderen. Er ontstaan dan ook gesprekken over bijzondere onderwerpen. Zoals spaaracties en hoe supermarkten daar handig geld mee verdienen. Of over plekken in de wereld waar je bent geweest of heen zou willen.

Maar er zijn niet alleen spellen en puzzels, we hebben ook constructiemateriaal, Kapla en lego. De meeste kinderen die op de octomiddagen komen, bouwen zelf iets en houden er niet van om iets van een plaatje na te maken. Daar hebben ze vaak ook moeite mee, om de stappen te volgen. Ze bouwen iets wat ze kennen en waarvan ze weten dat het lukt. Door de positieve reacties van de andere kinderen worden ze vaak gestimuleerd om het toch iets uit te breiden met een moeilijker stukje. En voor je het weet zijn ze toch iets lastigs aan het bouwen, iets wat ze thuis minder snel doen. En krijgen ze ideeën van andere kinderen, of hulp, of positieve stimulans.

We hebben verder een scheikundedoos, een microscoop, DNA onderzoeksdoos en nog een aantal mogelijkheden tot proefjes. Onderzoeken is ook iets wat bepaalde kinderen enorm aantrekt. Hoe onderzoek je iets, hoe komt het dat het zo is zoals het is en hoe kun je nog verder onderzoeken? Ook hierin merk je vaak dat kinderen elkaar aansteken en geïnteresseerd naar elkaar zitten te kijken.

Dan hebben we ook nog heel veel knutselmateriaal. Vaste materialen zijn natuurlijk papier, stiften, kleurpotloden en verf; andere materialen variëren. Zo kan er boetseerklei zijn, playmais, crêpepapier en hout om iets in elkaar te timmeren of lijmen. Dit kan in de schuur samen met Peter, de technische van ons tweeën. Ook hierin merk je dat kinderen elkaar uitdagen doordat ze dingen van elkaar zien, elkaar op ideeën brengen en positief reageren op elkaars werkstukken. De kinderen leren nieuwe materialen kennen en nieuwe bewerkingen. Ook moeten ze soms langere tijd doorzetten voordat er echt een creatie ontstaan is.

 

Ik heb het nu gehad over de materialen, maar zoals hierboven ook al een paar keer beschreven staat, is ook de begeleiding anders bij de octomiddagen. Ten eerste laten we de kinderen vrij in wat ze willen doen. Het enige dat we niet toestaan is het kijken van televisie en het spelen van games op de computer/laptop. We leggen ze niks op en verplichten ze niet om 1 ding te kiezen en datgene af te maken. Voor sommige kinderen is dat bevrijdend. Eindelijk mogen ze eens zelf kiezen. En zegt er niemand dat ze iets af moeten maken. Wat je merkt, is dat sommige kinderen het dan ook lekker vinden om tig dingen te proberen in zo’n middag van 2 uur. Ze gaan van het één naar het ander, proberen van alles uit. En dat is prima! Zo ontdekken velen van hen iets wat ze echt het leuks vinden. Iets waar ze wel wat langer bij blijven, iets wat ze wel echt afmaken.

Er zijn natuurlijk ook kinderen die niet weten wat ze moeten kiezen of doen. Voor die kinderen is het fijn om eerst eens te kijken wat de anderen doen. Soms pak ik zelf een spel of bepaald materiaal en ga ik daar mee aan de slag. Vervolgens kan het zijn dat ik al gauw de interesse heb van het kind en gaat hij of zij me helpen of meedoen. Op een gegeven moment kan ik daar dan bij weglopen omdat ‘ie lekker bezig is. Wat ik ook vaak doe is een aantal dingen op tafel leggen en wat voorbeelden uit te printen van dingen die ze kunnen doen. Heel vaak wordt er niks gedaan met de voorbeelden, maar stimuleren ze de kinderen wel om zelf soortgelijke ideeën te bedenken. Afgelopen keer had Peter een flipperkastje voorbereid. We wisten dat het misschien niet werd gekozen. We hadden een papier met daarop de activiteit op de tafel gelegd. Er werd niet op gereageerd toen we aangaven dat dit mogelijk was. Vervolgens haalde Peter zijn voorbeeldje op uit de schuur en ging ik aan de tafel ermee spelen. Toen had ik de aandacht. Eén van de jongens had meteen ideeën hoe je dingen kon toevoegen en waarmee je punten kon laten verdienen. Niet lang daarna vertrok hij met Peter naar de schuur en ze maakten er een hele leuke, mooie pinball van.

Waar wij ook op letten is onze manier van begeleiden. Als kinderen een idee hebben, vragen we de kinderen eerst hoe ze dat zouden kunnen doen. We proberen altijd te zoeken naar een manier om hun ideeën uit te kunnen voeren. Als we het idee hebben dat hun idee niet kan werken, vragen we door om hen uiteindelijk zelf te laten ontdekken dat het niet werkt. Wat we ook veel doen is positieve feedback geven. En dat doen we vooral op inzet. Veel kinderen die bij ons komen zijn onzeker, faalangstig en perfectionistisch. Het is niet snel goed en ze komen vaak met opmerkingen als: “Lelijk hè”, o.i.d.. Wij proberen dan de aandacht te leggen op dat wat we mooi vinden aan wat ze hebben gemaakt en het feit dat ze daar hun best op hebben gedaan. Soms praten we er ook een beetje overheen, zodat het wat op de achtergrond komt en het op een gegeven moment niet meer daar om gaat. We leggen de aandacht op dat iedereen lekker en leuk bezig is en de gesprekjes die er zijn.

 

Doordat de groep klein is met maximaal 8 kinderen op 2 begeleiders kan er goed begeleid worden. En doordat het grotendeels in de huiskamer gebeurt aan een grote tafel, is er altijd goed zicht op waar de kinderen mee bezig zijn. Voor de kinderen die zich graag een beetje terugtrekken is er de hoekbank om even een Donald Duckje, een ‘zo zit dat’ tijdschrift of een leuk informatieboek te lezen. Verder is er de bijkeuken met een extra computer voor bv. videobewerking en daar staat ook het keyboard om even op te kunnen spelen. In de keuken wordt soms gekookt of iets lekkers gebakken. Buiten kan er ook gespeeld worden en in de schuur worden de technische dingen gemaakt. Achterin de schuur is nog het drumhok waar de kinderen ook op los mogen gaan. De meeste kinderen vinden de huiselijke sfeer gezellig en fijn. Het is warm, alles zit dicht bij elkaar en doordat het meeste aan één grote tafel gebeurt is het gezellig.

 

Is een octomiddag zoiets als naschoolse opvang of een creatieve middag thuis? Ja, er zijn veel overeenkomsten. Maar doordat de kinderen met ‘peers’ samenzijn, door de vele verschillende materialen en door de professionele begeleiding maakt het het tóch anders.

Lijkt het misschien dan meer op een plusklas? Ook daar zijn veel overeenkomsten mee, maar de grote verschillen daarmee zijn de kleinschaligheid in een huiskamersfeer, het zelf mogen kiezen en het werken zonder expliciete doelen en handelingsplannen. In het laatste stukje van de blog ‘doelgericht’ kunt u lezen dat we ondertussen stiekem altijd wel werken aan allerlei dingen.

Binnenkort voor het eerst een groep met kinderen uit groep 3 t/m 5, leuk!

 

AnnegreetOctopus octomiddag

 

Doelgericht

Blog 22 april 2015

Doelgericht

Zoals veel kinderen waar ik dagelijks mee werk, heb ik soms ook last van onzekerheid en perfectionisme. Twijfels over of je genoeg doet in je werk, of je de juiste dingen doet en of je niet meer moet doen om dat ene kind te helpen waar je je zorgen om maakt. Heel bijzonder en heel fijn is het dan als je positieve feedback krijgt op je werk.

Maar ook kritiek kan, hoewel het vervelend kan voelen, ontzettend waardevol zijn. Dat is één van de dingen die ik de kinderen uit mijn plusklassen ook altijd voorhoud: fouten maken mag, daar leer je van. Maar het zelf ook zo ervaren in je werk valt niet altijd mee. Toen ik 3,5 jaar geleden begon met de plusklas kreeg ik na een maand of twee misschien wel de beste feedback ooit, van een leerling die toen in groep 8 zat. Hij zei: “Ja juf, allemaal leuk en aardig wat we in de plusklas doen, maar waarom doen we dit eigenlijk? Ik wil gewoon iets leren.” Zo… wat had hij gelijk! Ik gooide het roer meteen om en begon de 2e periode meteen doelgerichter te werken. Ik zette uiteen wat we gingen leren in de plusklas, aan welke vaardigheden we gingen werken en we gingen samen doelen opstellen per kind. Sindsdien is de vaardigheid ‘zelfreflectie’ de belangrijkste geworden in mijn plusklassen. Bij elk project en elke activiteit stellen we doelen, we evalueren tussentijds, stellen bij en evalueren naderhand. Een korte evaluatie op productniveau, vooral evaluatie op procesniveau.

Toen vorig jaar 2 plusklasleerlingen van mij afscheid namen van de basisschool, kwamen ze mij een heerlijke taart brengen met lieve woorden over wat ze allemaal  geleerd hadden bij mij in de plusklas. Eén van hen zei: “Juf, ik heb mezelf leren kennen bij u in de plusklas”. Kippenvel… elke keer als ik er weer aan terug denk….

Een paar maand geleden kwam bij mij het idee op om deze meiden te interviewen over hun ervaringen op school en in de plusklas. Zij konden vast wel iets meegeven aan de leerkrachten op de verschillende scholen. Het werd een prachtig interview vol zelfreflectie. Ze vertelden dat ze hadden geleerd om te plannen, om te onderzoeken, dat ze geleerd hebben hoe ze moeten leren en geleerd door te zetten. Ze gaven lessen mee voor de leerkrachten. ‘Zie ons, let op ons, geef ons werk, luister naar ons, leer ons onszelf kennen.’ Een paar dagen geleden werd het filmpje voor het eerst gedraaid voor een groep leerkrachten. Ze waren er stil van en onder de indruk. Verbaasd dat de meiden zo goed konden verwoorden hoe het zat en verwonderd over datgene dat zij als belangrijk ervaren. “Denk niet dat je weet hoe een slim kind benaderd wil worden, vraag aan hem of haar wat ‘ie wil en nodig heeft. Misschien is dat wel iets anders”. “Leerkrachten dachten te weten wat we konden doen in een uur tijd, maar eigenlijk konden we veel meer. We zaten soms gewoon veel te kletsen en niks te doen. En nu moeten we opeens heel hard werken, op het Voortgezet Onderwijs.” “Mijn klasgenoten denken makkelijk, met bijna niet leren, hoge cijfers te halen. Dat lukt ze soms niet en ze snappen daar niks van. Ik wil gewoon goed mijn best doen en hard werken, want ik heb een doel. Ik wil naar de Universiteit. Ik word er gelukkig van als ik goed mijn best doe. Want je kunt pas trots zijn als je je stinkende best doet en je haalt dan een goed cijfer.”

Na afloop gaf een collega aan dat het fijn moet zijn voor mij om te horen dat de leerlingen zoveel hebben gehad aan de plusklas. Natuurlijk heeft ze meer dan gelijk. Ik ben trots en enorm blij. Maar ze hebben het ook zelf gedaan. Ik heb ze wat sturing gegeven hier en daar en zij deden de rest. En het was prachtig om te zien hoe dat leerproces liep. Het mooiste is dat deze meiden de leerkrachten iets belangrijks hebben geleerd. Namelijk dat het belangrijkste dat ze nodig hebben, dingen zijn die elke leerkracht in elke groep kan bieden. Dit hoeft niet (alleen) in een plusklas. De leerlingen echt ZIEN, naar ze LUISTEREN, ze BEVRAGEN en laten VERTELLEN. En vervolgens ze leren hoe ze in elkaar zitten. Waarom sommige dingen zo lastig voor ze zijn, dat ze anders denken dan andere kinderen en hoe het komt dat zij zo anders kunnen reageren op een situatie dan klasgenoten.

Zelfreflectie, nadenken over doelen, het werk stilleggen en reflecteren, het zijn vaak niet de leukste hobby’s van de leerlingen die ik begeleid. Er wordt nogal eens gezucht en gesteund als er weer eens een reflectieformulier moet worden ingevuld. Maar het belang zien ze zeker en ze bouwen er een mooie portfolio mee op. Zelf heb ik ook wel eens zin om eventjes niet zo doelgericht te werken. Gewoon geen doelen stellen, ga maar lekker aan de slag. Ik bedacht de octomiddagen. Heerlijk om gewoon een activiteit kiezen waar je zelf zin in hebt en gewoon lekker bezig te zijn zonder plannen en doelen. Ondertussen heb ik genoeg ervaring opgebouwd om vervolgens stiekem toch echt wel bezig te zijn met reflectie en vaardigheden. Kinderen die 2 uur lang enthousiast en druk met dezelfde 3d puzzel bezig zijn die krijgen van mij de feedback: “Zo hé, wat kunnen jullie goed doorzetten en wat een inzet! Geweldig!” Met kinderen die het moeilijk vinden om aan de verliezende hand te zijn tijdens een spel praat je er over. Over het wel of niet gewend zijn om fouten te maken, bv. in de klas. En dat het ook niet zo fijn kan zijn als je altijd alles goed hebt. Want wat leer je dan eigenlijk? Of je legt de nadruk op het plezier dat je hebt tijdens het spel. En je praat erover of je je plezier wil laten afhangen van wel of geen winst, of dat het fijner is om dat los van elkaar te koppelen. De kinderen praten met elkaar, zien overeenkomsten en merken dat ze dezelfde humor leuk vinden. Ik vind het prachtig om te zien en ik heb er weer veel zin in om in de meivakantie weer 2 middagen te draaien. Nu nog even wat meer aanmeldingen!

octo_150223-5