Alle berichten van Octopus Enschede

Open dag

Een ontzettend tevreden en blij gevoel… dat is wat ik heb overgehouden aan de open dag van zaterdag 22 augustus!

Rond half 2 komen de eerste kinderen met ouders via de poort de tuin binnen. Ze worden welkom geheten door onze vrijwilligster Lammie die ze een flyer meegeeft met wat er allemaal te doen is vandaag. Ook leuk om gewoon later thuis nog eens door te nemen en te laten zien aan eventuele thuisblijvers. Vervolgens schrijven ze een naamkaartje en kijken om zich heen om te bedenken waar ze eerst eens zullen kijken. De één loopt direct naar de nabijgelegen tafel van Sasja Schonewille, die met een 3D printpen in de weer is. Geïnteresseerd blijven veel kinderen en ouders bij haar kijken. Eén van de meisjes krijgt een pas gemaakte vlinder mee. Ze straalt, is er heel blij mee! Sasja wijst op de flyer van de workshop die ze in september bij ons gaat geven.

Andere kinderen lopen naar de spelletjeshoek en kiezen één van de vele spellen of puzzels. Ze gaan in de garage aan tafel zitten spelen. Eén van de jongens besluit meteen een moeilijk level te kiezen van het denkspel. Maar dit valt nog niet mee. Een andere jongen pakt een 3d puzzel, maar legt ‘em al weer snel weg. ‘Te moeilijk!’

Naast de garage is de schuur waar druk geknutseld wordt. Sommige kinderen kiezen ervoor om een figuurtje te maken met ijzerdraad. Eén van de kinderen is bezig met het solderen van een fiets. Geduldig houdt vrijwilliger Arnoud een stukje ijzerdraad met een tangetje tegen het andere stukje aan, zodat er gesoldeerd kan worden. Het lukt niet goed, maar ze blijven geconcentreerd proberen, zoeken naar andere manieren om het wel te laten slagen. Ondertussen praat ik buiten met moeder die aangeeft dat haar zoon vaak moeite heeft met doorzetten. Wat super dat hij nu zo doorzet met dit werkje!

Ik kijk even later in de schuur bij Peter. Hij staat bij een meisje dat druk bezig is spijkers in een plankje te slaan. Het wordt een bloem. Ze houdt de spijker vast met een tangetje, zodat ze niet op haar duim kan slaan. Handig zeg!

Ik loop door de tuin en zie ondertussen dat het jongste meisje dat vandaag is meegekomen met ouders en broer en zus zich ook prima vermaakt in de zandbak bij vrijwilligster Ellyne. Als ik naar binnen loop zie ik dat Margreet aardig wat kinderen aan de tafel heeft zitten. Ze zijn bezig met hexaflexagons. Ik hoor verbazende uitroepen. Wat zit dit toch grappig in elkaar.

Via de keuken, waar al heel wat cakejes zijn versierd, loop ik een rondje en kom bij de zithoek in de woonkamer. Daar zitten een vader en zoon foto’s te bekijken van de octomiddagen. Er wordt ook gebladerd in een aantal boeken die daar liggen. Dan komt de jongen bij me die al die tijd bezig was geweest met het maken van het fietsje. Hij houdt het werkstukje trots voor mijn neus. “Kijk eens?” Wow, ik ben onder de indruk en dat zeg ik hem ook. Vooral om zijn doorzettingsvermogen, want ik zie veel soldeerpunten waar veel geduld voor nodig moest zijn geweest. Ik vraag hem of hij trots op zichzelf is. Hij knikt blij. Ik mag een foto van hem maken. Dit moet natuurlijk vastgelegd worden.

Buiten zie ik mensen in de leren leren hoek zitten. Ze doen een leerstijlentest achter de laptop. Ik besef dat het allang 3 uur geweest is, maar het is nog zo leuk en gezellig. Ik peins er niet over om mensen weg te sturen. Een aantal mensen beginnen aanmeldformulieren in te vullen en kinderen komen naar me toe om me te bedanken. Langzaam aan vertrekt iedereen, tot we uiteindelijk de poort kunnen sluiten. Het is bijna 4 uur en het zit er op. Wat was het super! Met een aantal vrijwilligers praten we nog lange tijd na en genieten we van de verhalen van elkaar. Na het opruimen eten we nog een patatje samen en dan vertrekken ook zij. Onze meisjes zijn alweer opgehaald bij de oppas en zijn lekker aan het springen op de trampoline. Peter en ik blijven even lekker zitten. We zijn moe!!! Maar…. heeeeel voldaan!

 

Benieuwd naar de foto’s? Kijk op deze pagina.

Tour du mindset

Ik zit naar de Tour de France te kijken. Het is dag 1, de tijdrit in Utrecht. Ik kijk met de ventilator op me gericht, maar heb het alsnog warm. Heel warm! Het is zo’n 35 graden, in Utrecht waarschijnlijk nog wat warmer. De afgelopen week kwam het ene bericht na het andere dat activiteiten op zaterdag zouden worden afgelast vanwege de hitte. Maar de Tour de France gaat gewoon door, natuurlijk gaat ‘ie door. TourUtrecht

Ik kijk al jaren, vroeger al als kind met mijn vader. Ik weet genoeg van de Tour de France om te weten dat het een kei, keiharde sport is. Ik kan geen sport verzinnen die meer van een mens vraagt als het wielrennen in de Tour. 3 weken lang hele dagen op de fiets zitten in verschillende weersomstandigheden met maar een paar rustdagen tussendoor. Keiharde wind, extreme regen, extreme hitte. Kapot zijn, stuk zijn, soms letterlijk door valpartijen, Valpartij-Tour-de-Francemaar toch doorgaan. Bergen op met stijgingspercentages van 10% of nog hoger, 9 aankomsten bergop. De druk van het team, de druk om te presteren.

Wat een mindset laten deze wielrenners steeds weer zien! Want deze renners gaan deze slijtageslag niet alleen maar die 3 weken aan. Zij trainen en bereiden zich het hele jaar voor op deze wedstrijden. En die trainingen liegen er ook niet om. Zij die keihard trainen, trainen en nog eens trainen gaan bij de beteren horen. Maar ook het team is van groot belang. De renners hebben elkaar nodig. Renners rijden voor hun leider en doen er alles voor om hem te laten winnen. Dat betekent soms vooruit sprinten in een klein groepje en de halve dag vooruit blijven rijden met kans op de winst, om vervolgens zich te moeten laten terugzakken om de leider op te vangen. Ik heb er altijd met verbazing naar gekeken. Renners die toestemming moeten vragen om te mogen gaan voor een etappewinst en soms keihard nee te horen krijgen.

Wij ‘gewone’ mensen kunnen hier veel van leren. Hebben wij niet heel vaak een verkeerde mindset? Carol Dweck noemt het de fixed mindset. Als het moeilijk wordt, geef je snel op. Als iets niet lukt, dan kun je dat zeker gewoon niet. Wanneer je kritiek krijgt, baal je gigantisch. Zie je je collega’s het goed doen en complimenten krijgen, dan ben je jaloers. Van lang iets moeten proberen, oefenen of leren word je maar moe. Je stopt liever en gaat iets doen wat je kan, waar je goed in bent. 1001004010967760

Topsporters zijn voor mij de beste voorbeelden van een growth mindset. De mate van doorzetten en trainen is zo groot en de teleurstellingen en het falen waar ze mee te maken hebben ook. Als ik lessen geef aan kinderen over mindset, haal ik vaak het voorbeeld van Michael Jordan erbij. Het staat ook in het boek van Carol Dweck (mindset, de weg naar een succesvol leven). Michael Jordan was vroeger helemaal niet de beste basketballer. Hij werd zelfs uit het universiteitsteam gezet omdat hij niet goed genoeg was. Een natuurtalent? Nee dus. Maar een keiharde werker, dat wel! En zo werd hij de beste basketballer ooit. Tegenwoordig is hij een soort van motivational speaker. En motiverend is het! Ik raad iedereen aan via onderstaande links de filmpje te bekijken en je erdoor te laten inspireren. En kijk ook eens naar de Tour. Al is het alleen maar om het prachtige landschap!

https://www.youtube.com/watch?v=vPmiIusWg3g

https://www.youtube.com/watch?v=XhsfwYD7vdY

 Michael-Jordan

 

 

 

Hoogbegaafd

Blog 22 mei

“Er zijn maar een paar vrienden die weten dat ik hoogbegaafd ben. Ik vertel het liever niet aan mijn klasgenoten, want dan denken ze dat ik alles kan en weet. En dat terwijl ik helemaal niet zo heel goed ben in bv. rekenen.” Een citaat van 1 van mijn leerlingen. Ik heb haar gezegd dat ik hoop dat ze door mijn lessen nog beter gaat begrijpen wat hoogbegaafdheid precies is en waarom sommige dingen juist helemaal niet zo makkelijk gaan als je hoogbegaafd bent. Ze gaf al aan dat ze daarna misschien wel een keer een spreekbeurt durft te houden over hoogbegaafdheid.

Veel kinderen denken zoals dit meisje. Ze willen het liefst niet hoogbegaafd zijn, voelen op jonge leeftijd al aan dat deze stempel zorgt voor hoge verwachtingen bij hun klasgenoten. En dat terwijl ze zelf vaak al zo ontzettend perfectionistisch zijn. Je kunt ze geen ongelijk geven. Hoeveel volwassenen hebben niet zo’n beeld van hoogbegaafdheid. En stralen dat soms ontzettend negatief uit. “Waarom moeten die kinderen zoveel aandacht in een aparte plusklas? Ze kunnen toch alles al?” Verdrietig vind ik het.

“Ik vind hoogbegaafd zijn maar saai. Ik was het liever niet. Ik ben benieuwd of de andere kinderen dit ook vinden.” Deze leerling weet het niet anders te benoemen dan saai. Wat hij echt bedoelt? Ik weet het niet. Grote kans dat hij bedoelt ‘moeilijk’. Saai is vaak ‘moeilijk’ of ‘makkelijk’. Natuurlijk gaat het hier niet om de stempel. “Zie je nu wel, je moet ze gewoon niet testen. Wat hebben ze er nu aan dat ze dit weten. Geeft alleen maar ellende.” Nee, dat is het niet. Want of je ze nu test of niet, ze ZIJN hoogbegaafd. Ze VOELEN zich anders, ze DENKEN anders, ze ZIJN anders. En dat hebben ze op een gegeven moment door. Als ze jong zijn soms nog niet. En kan het zich uiten in emoties, agressie, (buik)pijn of terugtrekking. Maar het door hebben is nog iets anders dan het begrijpen. Ze snappen zichzelf, maar ook anderen zo vaak niet. Waarom doe ik zo, denk ik zo, waarom is dat anders dan ik mijn klasgenoten zie doen, hoor praten? Ben ik raar?

Daarom vind ik het belangrijk om kinderen te leren wat hoogbegaafdheid is. Belangrijk om psycho-educatie te geven. Een woord dat ik sinds kort gebruik, sinds ik het mijn studiegenoot hoorde gebruiken. Het dekt de lading. Want we moeten ze leren om zichzelf te begrijpen, zichzelf te leren kennen. Want zoals een leerling van mij zei: “Ik heb mezelf beter leren kennen door u. Ik begrijp mezelf beter en ben nu gelukkiger.” Geweldig toch!? Daar doe je het voor!

hoogbegaafd

Octomiddag: naschoolse opvang?

Blog 8 mei 2015

Afgelopen woensdag hadden we weer een octomiddag. In het begin zei één van de kinderen: “Kapla heb ik thuis ook wel.” Een ander kind merkte op dat het net naschoolse opvang was. Aan het einde van de middag wilden ze allebei weer komen, ze hadden het leuk gehad!

Wat maakt een octomiddag anders dan een creatief middagje thuis of een middagje bij de naschoolse opvang?

Ten eerste de aanwezige materialen. Er zijn veel spellen en puzzels vanaf 8 of 10 jaar. De meesten kunnen aardig pittig zijn. Maar je kunt het ook makkelijk houden door het beginnersniveau te doen. De meeste kinderen beginnen daarmee. Wanneer ze het supersnel oplossen, stimuleer ik ze om een volgend niveau te gaan doen. Hoe moeilijker, hoe meer doorzettingsvermogen er nodig is. Je moet bij veel spellen vooruit kunnen denken en kijken, logisch nadenken en kunnen visualiseren.

We hebben ook gezelschapsspellen. Deze zorgen voor verbinding tussen de verschillende kinderen. Plezier, contact, gesprek en begrip. Want ze hebben meestal wel een aantal dingen gemeen bv. dat ze allemaal goed zijn in een aantal of alle vakken op school. Dat ze een brede interesse hebben en dat ze anders denken dan andere kinderen. Er ontstaan dan ook gesprekken over bijzondere onderwerpen. Zoals spaaracties en hoe supermarkten daar handig geld mee verdienen. Of over plekken in de wereld waar je bent geweest of heen zou willen.

Maar er zijn niet alleen spellen en puzzels, we hebben ook constructiemateriaal, Kapla en lego. De meeste kinderen die op de octomiddagen komen, bouwen zelf iets en houden er niet van om iets van een plaatje na te maken. Daar hebben ze vaak ook moeite mee, om de stappen te volgen. Ze bouwen iets wat ze kennen en waarvan ze weten dat het lukt. Door de positieve reacties van de andere kinderen worden ze vaak gestimuleerd om het toch iets uit te breiden met een moeilijker stukje. En voor je het weet zijn ze toch iets lastigs aan het bouwen, iets wat ze thuis minder snel doen. En krijgen ze ideeën van andere kinderen, of hulp, of positieve stimulans.

We hebben verder een scheikundedoos, een microscoop, DNA onderzoeksdoos en nog een aantal mogelijkheden tot proefjes. Onderzoeken is ook iets wat bepaalde kinderen enorm aantrekt. Hoe onderzoek je iets, hoe komt het dat het zo is zoals het is en hoe kun je nog verder onderzoeken? Ook hierin merk je vaak dat kinderen elkaar aansteken en geïnteresseerd naar elkaar zitten te kijken.

Dan hebben we ook nog heel veel knutselmateriaal. Vaste materialen zijn natuurlijk papier, stiften, kleurpotloden en verf; andere materialen variëren. Zo kan er boetseerklei zijn, playmais, crêpepapier en hout om iets in elkaar te timmeren of lijmen. Dit kan in de schuur samen met Peter, de technische van ons tweeën. Ook hierin merk je dat kinderen elkaar uitdagen doordat ze dingen van elkaar zien, elkaar op ideeën brengen en positief reageren op elkaars werkstukken. De kinderen leren nieuwe materialen kennen en nieuwe bewerkingen. Ook moeten ze soms langere tijd doorzetten voordat er echt een creatie ontstaan is.

 

Ik heb het nu gehad over de materialen, maar zoals hierboven ook al een paar keer beschreven staat, is ook de begeleiding anders bij de octomiddagen. Ten eerste laten we de kinderen vrij in wat ze willen doen. Het enige dat we niet toestaan is het kijken van televisie en het spelen van games op de computer/laptop. We leggen ze niks op en verplichten ze niet om 1 ding te kiezen en datgene af te maken. Voor sommige kinderen is dat bevrijdend. Eindelijk mogen ze eens zelf kiezen. En zegt er niemand dat ze iets af moeten maken. Wat je merkt, is dat sommige kinderen het dan ook lekker vinden om tig dingen te proberen in zo’n middag van 2 uur. Ze gaan van het één naar het ander, proberen van alles uit. En dat is prima! Zo ontdekken velen van hen iets wat ze echt het leuks vinden. Iets waar ze wel wat langer bij blijven, iets wat ze wel echt afmaken.

Er zijn natuurlijk ook kinderen die niet weten wat ze moeten kiezen of doen. Voor die kinderen is het fijn om eerst eens te kijken wat de anderen doen. Soms pak ik zelf een spel of bepaald materiaal en ga ik daar mee aan de slag. Vervolgens kan het zijn dat ik al gauw de interesse heb van het kind en gaat hij of zij me helpen of meedoen. Op een gegeven moment kan ik daar dan bij weglopen omdat ‘ie lekker bezig is. Wat ik ook vaak doe is een aantal dingen op tafel leggen en wat voorbeelden uit te printen van dingen die ze kunnen doen. Heel vaak wordt er niks gedaan met de voorbeelden, maar stimuleren ze de kinderen wel om zelf soortgelijke ideeën te bedenken. Afgelopen keer had Peter een flipperkastje voorbereid. We wisten dat het misschien niet werd gekozen. We hadden een papier met daarop de activiteit op de tafel gelegd. Er werd niet op gereageerd toen we aangaven dat dit mogelijk was. Vervolgens haalde Peter zijn voorbeeldje op uit de schuur en ging ik aan de tafel ermee spelen. Toen had ik de aandacht. Eén van de jongens had meteen ideeën hoe je dingen kon toevoegen en waarmee je punten kon laten verdienen. Niet lang daarna vertrok hij met Peter naar de schuur en ze maakten er een hele leuke, mooie pinball van.

Waar wij ook op letten is onze manier van begeleiden. Als kinderen een idee hebben, vragen we de kinderen eerst hoe ze dat zouden kunnen doen. We proberen altijd te zoeken naar een manier om hun ideeën uit te kunnen voeren. Als we het idee hebben dat hun idee niet kan werken, vragen we door om hen uiteindelijk zelf te laten ontdekken dat het niet werkt. Wat we ook veel doen is positieve feedback geven. En dat doen we vooral op inzet. Veel kinderen die bij ons komen zijn onzeker, faalangstig en perfectionistisch. Het is niet snel goed en ze komen vaak met opmerkingen als: “Lelijk hè”, o.i.d.. Wij proberen dan de aandacht te leggen op dat wat we mooi vinden aan wat ze hebben gemaakt en het feit dat ze daar hun best op hebben gedaan. Soms praten we er ook een beetje overheen, zodat het wat op de achtergrond komt en het op een gegeven moment niet meer daar om gaat. We leggen de aandacht op dat iedereen lekker en leuk bezig is en de gesprekjes die er zijn.

 

Doordat de groep klein is met maximaal 8 kinderen op 2 begeleiders kan er goed begeleid worden. En doordat het grotendeels in de huiskamer gebeurt aan een grote tafel, is er altijd goed zicht op waar de kinderen mee bezig zijn. Voor de kinderen die zich graag een beetje terugtrekken is er de hoekbank om even een Donald Duckje, een ‘zo zit dat’ tijdschrift of een leuk informatieboek te lezen. Verder is er de bijkeuken met een extra computer voor bv. videobewerking en daar staat ook het keyboard om even op te kunnen spelen. In de keuken wordt soms gekookt of iets lekkers gebakken. Buiten kan er ook gespeeld worden en in de schuur worden de technische dingen gemaakt. Achterin de schuur is nog het drumhok waar de kinderen ook op los mogen gaan. De meeste kinderen vinden de huiselijke sfeer gezellig en fijn. Het is warm, alles zit dicht bij elkaar en doordat het meeste aan één grote tafel gebeurt is het gezellig.

 

Is een octomiddag zoiets als naschoolse opvang of een creatieve middag thuis? Ja, er zijn veel overeenkomsten. Maar doordat de kinderen met ‘peers’ samenzijn, door de vele verschillende materialen en door de professionele begeleiding maakt het het tóch anders.

Lijkt het misschien dan meer op een plusklas? Ook daar zijn veel overeenkomsten mee, maar de grote verschillen daarmee zijn de kleinschaligheid in een huiskamersfeer, het zelf mogen kiezen en het werken zonder expliciete doelen en handelingsplannen. In het laatste stukje van de blog ‘doelgericht’ kunt u lezen dat we ondertussen stiekem altijd wel werken aan allerlei dingen.

Binnenkort voor het eerst een groep met kinderen uit groep 3 t/m 5, leuk!

 

AnnegreetOctopus octomiddag

 

Doelgericht

Blog 22 april 2015

Doelgericht

Zoals veel kinderen waar ik dagelijks mee werk, heb ik soms ook last van onzekerheid en perfectionisme. Twijfels over of je genoeg doet in je werk, of je de juiste dingen doet en of je niet meer moet doen om dat ene kind te helpen waar je je zorgen om maakt. Heel bijzonder en heel fijn is het dan als je positieve feedback krijgt op je werk.

Maar ook kritiek kan, hoewel het vervelend kan voelen, ontzettend waardevol zijn. Dat is één van de dingen die ik de kinderen uit mijn plusklassen ook altijd voorhoud: fouten maken mag, daar leer je van. Maar het zelf ook zo ervaren in je werk valt niet altijd mee. Toen ik 3,5 jaar geleden begon met de plusklas kreeg ik na een maand of twee misschien wel de beste feedback ooit, van een leerling die toen in groep 8 zat. Hij zei: “Ja juf, allemaal leuk en aardig wat we in de plusklas doen, maar waarom doen we dit eigenlijk? Ik wil gewoon iets leren.” Zo… wat had hij gelijk! Ik gooide het roer meteen om en begon de 2e periode meteen doelgerichter te werken. Ik zette uiteen wat we gingen leren in de plusklas, aan welke vaardigheden we gingen werken en we gingen samen doelen opstellen per kind. Sindsdien is de vaardigheid ‘zelfreflectie’ de belangrijkste geworden in mijn plusklassen. Bij elk project en elke activiteit stellen we doelen, we evalueren tussentijds, stellen bij en evalueren naderhand. Een korte evaluatie op productniveau, vooral evaluatie op procesniveau.

Toen vorig jaar 2 plusklasleerlingen van mij afscheid namen van de basisschool, kwamen ze mij een heerlijke taart brengen met lieve woorden over wat ze allemaal  geleerd hadden bij mij in de plusklas. Eén van hen zei: “Juf, ik heb mezelf leren kennen bij u in de plusklas”. Kippenvel… elke keer als ik er weer aan terug denk….

Een paar maand geleden kwam bij mij het idee op om deze meiden te interviewen over hun ervaringen op school en in de plusklas. Zij konden vast wel iets meegeven aan de leerkrachten op de verschillende scholen. Het werd een prachtig interview vol zelfreflectie. Ze vertelden dat ze hadden geleerd om te plannen, om te onderzoeken, dat ze geleerd hebben hoe ze moeten leren en geleerd door te zetten. Ze gaven lessen mee voor de leerkrachten. ‘Zie ons, let op ons, geef ons werk, luister naar ons, leer ons onszelf kennen.’ Een paar dagen geleden werd het filmpje voor het eerst gedraaid voor een groep leerkrachten. Ze waren er stil van en onder de indruk. Verbaasd dat de meiden zo goed konden verwoorden hoe het zat en verwonderd over datgene dat zij als belangrijk ervaren. “Denk niet dat je weet hoe een slim kind benaderd wil worden, vraag aan hem of haar wat ‘ie wil en nodig heeft. Misschien is dat wel iets anders”. “Leerkrachten dachten te weten wat we konden doen in een uur tijd, maar eigenlijk konden we veel meer. We zaten soms gewoon veel te kletsen en niks te doen. En nu moeten we opeens heel hard werken, op het Voortgezet Onderwijs.” “Mijn klasgenoten denken makkelijk, met bijna niet leren, hoge cijfers te halen. Dat lukt ze soms niet en ze snappen daar niks van. Ik wil gewoon goed mijn best doen en hard werken, want ik heb een doel. Ik wil naar de Universiteit. Ik word er gelukkig van als ik goed mijn best doe. Want je kunt pas trots zijn als je je stinkende best doet en je haalt dan een goed cijfer.”

Na afloop gaf een collega aan dat het fijn moet zijn voor mij om te horen dat de leerlingen zoveel hebben gehad aan de plusklas. Natuurlijk heeft ze meer dan gelijk. Ik ben trots en enorm blij. Maar ze hebben het ook zelf gedaan. Ik heb ze wat sturing gegeven hier en daar en zij deden de rest. En het was prachtig om te zien hoe dat leerproces liep. Het mooiste is dat deze meiden de leerkrachten iets belangrijks hebben geleerd. Namelijk dat het belangrijkste dat ze nodig hebben, dingen zijn die elke leerkracht in elke groep kan bieden. Dit hoeft niet (alleen) in een plusklas. De leerlingen echt ZIEN, naar ze LUISTEREN, ze BEVRAGEN en laten VERTELLEN. En vervolgens ze leren hoe ze in elkaar zitten. Waarom sommige dingen zo lastig voor ze zijn, dat ze anders denken dan andere kinderen en hoe het komt dat zij zo anders kunnen reageren op een situatie dan klasgenoten.

Zelfreflectie, nadenken over doelen, het werk stilleggen en reflecteren, het zijn vaak niet de leukste hobby’s van de leerlingen die ik begeleid. Er wordt nogal eens gezucht en gesteund als er weer eens een reflectieformulier moet worden ingevuld. Maar het belang zien ze zeker en ze bouwen er een mooie portfolio mee op. Zelf heb ik ook wel eens zin om eventjes niet zo doelgericht te werken. Gewoon geen doelen stellen, ga maar lekker aan de slag. Ik bedacht de octomiddagen. Heerlijk om gewoon een activiteit kiezen waar je zelf zin in hebt en gewoon lekker bezig te zijn zonder plannen en doelen. Ondertussen heb ik genoeg ervaring opgebouwd om vervolgens stiekem toch echt wel bezig te zijn met reflectie en vaardigheden. Kinderen die 2 uur lang enthousiast en druk met dezelfde 3d puzzel bezig zijn die krijgen van mij de feedback: “Zo hé, wat kunnen jullie goed doorzetten en wat een inzet! Geweldig!” Met kinderen die het moeilijk vinden om aan de verliezende hand te zijn tijdens een spel praat je er over. Over het wel of niet gewend zijn om fouten te maken, bv. in de klas. En dat het ook niet zo fijn kan zijn als je altijd alles goed hebt. Want wat leer je dan eigenlijk? Of je legt de nadruk op het plezier dat je hebt tijdens het spel. En je praat erover of je je plezier wil laten afhangen van wel of geen winst, of dat het fijner is om dat los van elkaar te koppelen. De kinderen praten met elkaar, zien overeenkomsten en merken dat ze dezelfde humor leuk vinden. Ik vind het prachtig om te zien en ik heb er weer veel zin in om in de meivakantie weer 2 middagen te draaien. Nu nog even wat meer aanmeldingen!

octo_150223-5

De slimme onderpresteerder

Blog 8 april 2015

De slimme onderpresteerder

Een paar weken geleden liep ik rond op het festival van Talent in Eindhoven. Ik had een drukke week achter de rug, elke avond tot laat doorgewerkt en de avond van tevoren nog lang getafeld tijdens een teamuitje van één van de scholen waar ik werk. Maar toch besloot ik die zaterdagochtend dat uur te gaan rijden. Spijt kreeg ik niet! Het was mijn eerste keer en ik keek mijn ogen uit. Al die standjes met informatie, veel workshops en vooral veel ouders met heel veel kinderen. De lokalen met allerlei (denk)spellen vond ik superleuk om te zien. Al die kinderen die lekker aan het spelen en ontdekken waren en honderden spellen, de één nog boeiender dan de andere. Het was maar goed dat ik op tijd bij een workshop moest zijn en dat ik met mezelf had afgesproken dat ik voorlopig genoeg spellen en materialen heb voor Octopus, want ik kwam zeker wel in de verleiding… Maar ik moest opschieten, dus snelde langs de lokalen, op zoek naar een trap die me naar het bewuste lokaal zou brengen. Toen ik het uiteindelijk vond zat daar direct om het hoekje een vrouw met een stapeltje boeken en foldertjes. Ze zei iets tegen me met een flink accent. Ik moest even verwerken dat het Vlaams was dat ik hoorde en vroeg haar of ze het nog een keer wilde herhalen. Of ik het geld wilde betalen voor de workshop. Geld? Oh… oké, geen probleem natuurlijk. Ik betaalde, kreeg een bundeltje papieren en ging zitten. De tafeltjes in het klaslokaal stonden in rijtjes. Een toetsopstelling, zoals we dat op school dan altijd noemen. Er zaten een stuk of 12 mensen. Ze zaten allemaal doodstil, te bladeren in het papierenbundeltje. Er werd geen woord gezegd. Hoewel het ongemakkelijk had kunnen zijn, vond ik het ook wel verademend na de drukte beneden. Na een paar minuten kwam, wat later de workshopleidster bleek te zijn, vanuit de gang het lokaal binnen. Ze begon de workshop met zich voor te stellen.

Tania Gevaert, gezins- en onderwijscoach voor hoogbegaafden, vooral werkzaam in België. Vervolgens nam ze kort en in vogelvlucht de, voor mij bekende, ‘basis’theorie over onderpresteren door. Daarna kwam de interessante informatie. Sommige vrij nieuw voor mij, andere niet helemaal nieuw maar op een andere manier belicht. “Onderpresteerders willen graag controle”, zei Tania. “Ze zoeken vaak naar de weg die het minste pijn doet. Waarom hard werken en voor 100% gaan als een 6 ook oké is en minder ‘pijn’ en moeite kost?” “Studievaardigheden hebben ze nooit geleerd. Het is misschien wel geprobeerd om het ze aan te leren, maar ze zagen het nut er niet van in en het ging het ene oor in en het andere uit. Pas als ze vastlopen zien ze het nut, maar zijn dan jaren verder. Ze moeten opnieuw worden geleerd hoe ze moeten leren. Een samenvatting maken? Geef een voorbeeld, laat zien hoe het moet. Bepaalde stof leren of maken? Geef aan wat precies en wanneer. Geef aantekeningen of een hand-out zodat ze de les beter kunnen volgen.” Tania vertelt over een VO school die lage resultaten behaalde. De directeur besloot het anders te gaan doen en liet de docenten instructiefilmpjes maken. De leerlingen moesten deze thuis kijken, als huiswerk, en als ze op school kwamen in de les gingen ze het geleerde toepassen, oefenen. Een mooie tip om eens over na te denken! Wat Tania verder nog uitlegde was dat de kinderen vaak moeten leren dat als iets niet lukt, ze er niet van weg moeten gaan. Ze moeten hulp vragen zodat ze weer terug op de route kunnen komen en het wel gaat lukken. Het sleutelwoord is dan ook ‘steunen’! Deze kinderen moet je steunen en vragen: “Wat heb jij nodig?”

De workshop was alweer voorbij. Ik liep, met het boek ‘de slimme onderpresteerder’ in mijn tas, naar mijn auto. Spelletjes genoeg, maar boeken…. tja, daar kan altijd nog wel eentje bij…

de slimme onderpresteerder

Bewust bekwaam

Blog 10 maart 2015

Bewust bekwaam
Misschien ken je het wel. Het model dat de verschillende fases beschrijft die je door kunt lopen in het leren. Van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam, naar bewust bekwaam tot onbewust bekwaam. Dit model gaat er vanuit dat je uiteindelijk de dingen kunt zonder dat je je dat echt realiseert. Het is normaal geworden, geautomatiseerd.

bewust bekwaam

De afgelopen weken heb ik gewerkt met een leerling. Zeer intelligent en zich daar ook zeer van bewust. Bewust bekwaam. Tenminste… dat was waar ik aan moest denken toen ik dacht aan hoe ik hem de afgelopen tijd had geobserveerd. Bewust! Een houding van: dat weet ik wel, ik heb wel een goed idee, dit kan ik wel, dit is makkelijk en ja, ja, je hoeft niet verder te praten want ik snap allang wat je bedoelt. Bewust bekwaam. Natuurlijk bekwaam… want kijk eens wat een IQ score hij heeft. Natuurlijk bekwaam… want kijk eens wat voor Citoscores hij haalt. Natuurlijk bekwaam… want kijk eens wat hij allemaal al weet. Natuurlijk bekwaam… want kijk eens hoe snel hij kan schakelen. Natuurlijk is hij bekwaam.
Maar toen kwamen die andere momenten. Dat moment dat ik de één na de andere fout aanstreep in zijn werk. Dat moment dat de Cito score ineens lager is dan een A. Dat moment dat hij een omslachtige strategie gebruikt voor een rekensom met vervolgens een fout antwoord. Dat moment dat hij een idee heeft waar kritische noten bij geplaatst worden.
Bewust bekwaam….? Of toch onbewust onbekwaam?

Het is maar goed dat een hoogbegaafd kind, hoe slim ook, soms lekker onbekwaam is. Want dan kunnen we iets bereiken samen. De momenten waarop ik hem uitleg waarom dat antwoord fout is en hoe het werkt. De momenten waarop we praten over zijn inzet en motivatie tijdens de Citotoets en hij toegeeft dat hij niet zo zijn best heeft gedaan en te snel heeft gewerkt. De momenten waarop ik hem een nieuwe strategie leer en hij dit goed oppikt. De momenten waarop hij kritiek hoort en leert om goed na te denken over gevolgen en details. Dit zijn de gouden momenten voor mij! De momenten waarop een kind, ontzettend bekwaam in heel veel dingen – een kind die uren per dag niks erbij leert – eindelijk even wél leert. Momenten waarop iets ontstaat…, iets groeit…, verbindingen worden gelegd in de hersenen. Geweldige momenten! En momenten waarop hij leert dat hij niet alles al kan en weet, maar dat dit ook niet hoeft. En dat het fijn is om iets te léren. Iets eerst nog niet te kunnen en daarna wél. Tot het automatisch gaat… En je dan vervolgens ergens onbewust bekwaam in wordt.