Alle berichten van Octopus Enschede

Fixie

Ik zit samen met een coachee aan tafel. Zojuist heb ik wat uitleg gegeven over mindset: growie en fixie. We hebben er een paar filmpjes over gekeken. Nu zitten we aan een denkspel. De eerste opdracht is zojuist opgelost in ongeveer 1 minuut. Ik sla wat over en pak opdracht 8 ervoor. De coachee gaat aan de slag. Het gaat lastig. Steeds moet de coachee weer opnieuw beginnen en ik zie dat binnen no time er tactieken ontstaan. Zo snel heb ik dat nog niet eerder gezien. Na een aantal minuten, die natuurlijk een eeuwigheid lijken te duren, is de opdracht opgelost. Ik vraag de coachee welke van de 2 opdrachten het beste ging. “De eerste”, hoor ik al snel. “Ok, en waarom?” “Omdat die heel snel ging.” Ik zeg dat ik dat snap, maar dat ik eigenlijk de tweede het beste vond gaan. Er wordt verbaasd naar mij gekeken. “Ja, want die tweede was lastiger en daarom ging je al snel allerlei tactieken en manieren gebruiken om het beter te kunnen oplossen. Ik zag je tijdens de 2e opdracht enorm groeien en beter worden, terwijl dat bij de 1e opdracht niet nodig was en dus niet gebeurde.” Mooi om dan de blik te zien van zo’n kind. Echt omdenken is dit, zijn ze meestal niet gewend. Ik geef in een opwelling het spel mee en vraag om nog meer opdrachten op te lossen en te proberen door te zetten. Ik ben heel benieuwd waar deze coachee mee terug komt en geniet nog even na.

Het is een sessie later dat dezelfde coachee met het spel in handen weer bij mij komt zitten. Er zit een briefje in met de nummers van opdrachten die opgelost zijn. Ik zie oplopende getallen en er staat een hoog getal tussen. Ik kijk in het boekje en ontdek dat het de allerlaatste opdracht is, dus de moeilijkste. “Heb je die opgelost?” vraag ik. “Ja”, hoor ik enigszins trots. “Hoe ging dat?” “Het duurde wel lang, maar uiteindelijk is het gelukt”. Ik vraag of de coachee deze nog een keer hier wil doen. “Oké”, hoor ik licht twijfelend. Het duurt een heel aantal minuten. Ik probeer mijn eigen Fixie steeds opzij te schuiven en geduldig af te wachten zonder tips te geven. Dat lukt gelukkig. Zonder dat ik me er mee bemoei lukt het de coachee uiteindelijk de opdracht op te lossen. Ik kan het niet laten om te juichen. “Ik zag dat je je tactieken hebt gebruikt, echt super dat je zo hebt doorgezet tot je het uiteindelijk hebt opgelost. Misschien wilde je tussendoor eigenlijk wel stoppen? (ik zie een knikje met een glimlachje) Maar je deed het niet en ging door, top!” Oprechter kan ik dit niet zeggen, want zo voel ik het volop. Immers zelf voelde ik mijn Fixie, die tegen mij zei: laat hem maar stoppen, dit duurt te lang; geef maar een tip, anders lukt dit nooit. Tja, het is vaak irritant om zelf regelmatig nog Fixie te zijn als je kinderen leert om Growie te worden, maar…. het heeft ook een positieve kant. Ik kan namelijk wél goed invoelen hoe lastig het voor de kinderen is om van Fixie ineens Growie te proberen te zijn. En dat maakt dat ik oprechte bewondering heb als het ze lukt!

Een doener

“Vind je jezelf slim?” vraag ik mijn coachee. “Soms”, hoor ik weifelend.

 Er gaat een gevoel door mij heen dat ik moeilijk kan benoemen. Ik weet dat deze coachee zichzelf eerder dom vindt. Deze coachee heeft nooit geweten hoogbegaafd te zijn, zo’n hoge intelligentie te hebben. Op school komt het er namelijk helemaal niet uit. Met moeite een VMBO advies. Je kunt je voorstellen wat voor mindset deze coachee heeft. En wat het zelfbeeld is. Eerder heb ik al wat verteld over hoogbegaafdheid en hebben we kenmerken gezien die herkenbaar waren. De coachee ontdekt langzaam: “Ik ben niet raar, er zijn meer die zoals ik zijn en voelen.” Eerder vandaag deden we twee leerstijlentesten. We ontdekten dat wat ik al vermoedde. De coachee is een doener. De coachee leert liever kinetisch, dan visueel of auditief. We praatten over hoe dit uitwerkt op school. Dat school eigenlijk helemaal geen fijne plek is voor doeners. Na al dat gepraat besloot ik dat we iets moesten gaan doen. Ik moet immers ook aansluiten bij de leerstijl. We gingen memory doen met eigenschappen. Als iemand twee dezelfde heeft hebben we het kort over: vind je die eigenschap bij jezelf horen of niet?

Zo kwamen we bij ‘slim’.

En nu bij ‘ijverig’. Ook hier twijfel. Soms ben ik wel ijverig, vertelt de coachee nadat ik het woord ijverig heb uitgelegd. Ik vraag of de leerkracht op school de coachee ijverig zou vinden. “Nee”, komt snel het antwoord. “Met alles?” vraag ik. “En als je handvaardigheid doet ofzo?” “Ja, dan ben ik wel ijverig.” “Hoe zou dit komen?” De coachee kijkt me aan en er verschijnt een begrijpend lachje: “Omdat ik een doener ben.” Deze coachee heeft het door. Dat is één. Het vervolg komt nog. We moeten uitzoeken samen hoe de coachee hier mee om kan gaan. En gebruik kan maken van de kwaliteiten, in plaats van steeds maar herinnerd te worden en bezig te moeten zijn met zwaktes. Want deze coachee is super creatief, qua denken en uitvoeren. Er is nog veel werk te doen, ik ga er maar eens over nadenken hoe we de volgende coachsessie verder gaan.

 

Een vol hoofd

Ze zit bij me met een vol hoofd! Zojuist huilde ze nog, kroop ze tegen haar moeder aan en zei ze dat ze naar huis wilde om in bed te gaan liggen. Zei ze nog dat ze geen idee had wat ze mij moest vertellen over haar volle hoofd. Ik probeerde haar gevoel niet te veel bij mij naar binnen te laten komen. Inleven, maar niet meehuilen. Dat lukt wel, maar ik heb er wel een zwaar gevoel bij. Als moeder weg is, begin ik met haar te praten over haar volle hoofd. Ik maak een klein grapje en ik zie een lachje verschijnen. Ik improviseer, pak een papier en begin een hoofd te tekenen. De bovenkant van het hoofd, de hersenen zeg maar, wordt mijn focus. Ik teken daar vakjes en vertel haar dat er waarschijnlijk heel veel dingen zijn geweest vandaag waardoor het nu vol is. En als je hoofd vol is, dan is er paniek in je hoofd en wil het allemaal niet meer. Terwijl ik zo praat zie ik aan haar dat ze rustig is en weer kan praten en nadenken. Ik vraag haar welke dingen er zijn geweest vandaag waardoor haar hoofd vol raakte. Ik help haar eerst op weg met de dingen die moeder zojuist verteld heeft. Maar ik stop al gauw met helpen, want ze kan het zelf al vertellen. Waar ze eerder nog tegen haar moeder zei dat ze niet wist hoe ze moest vertellen wat er gebeurd was, lukt het nu gelukkig wel. De vakjes in het hoofd raken steeds voller. Als ik alle vakjes heb gevuld, bedenkt ze er zelfs nog 2 dingen bij. Oké, we maken er gewoon nog 2 vakjes aan vast. Ik wil met haar kijken hoe ze hier de volgende keer mee om kan gaan en kan voorkomen dat er ruzies ontstaan thuis door een vol hoofd. Ik vraag haar daarom om met een cijfer aan te geven hoe vol haar hoofd nu is. 10 is helemaal vol en zo was het toen ze bij mij aankwam. Nu, na het praten en hoofd tekenen, is het cijfer dat ze geeft: 4. We kijken elkaar aan en ik vraag haar hoe het volgens haar komt dat het van 10 naar 4 is gegaan. Ze weet het antwoord: “Doordat ik er over praat en we het hoofd hebben getekend”. Ze besluit dat ze dit vaker zo wil gaan doen. Ze bedenkt dat ze tegen haar ouders bv. “8” kan zeggen als haar hoofd best vol zit. Ze kan dan even een rustig plekje zoeken en dan wil ze het hoofd tekenen. Daarna wil ze dit bespreken met haar ouders. Soms staan er zorgen in het volle hoofd en zijn het zorgen die weggenomen kunnen worden door haar ouders. Of waar ze bij kunnen helpen. We roepen haar moeder erbij en het meisje vertelt haar idee. Moeder is blij en wil het graag zo gaan doen. Ik vertel ze dat we de volgende keer door gaan praten over: 1. Hoe kun je voorkomen dat je hoofd te vol raakt? 2. Hoe kun je nog meer jezelf rustig krijgen en je hoofd legen? Daarvoor gaan we kijken naar een aantal boeken met gerichte tips. Aan het eind van de sessie vertrekken moeder en dochter dankbaar. “Ik vond het echt fijn”, hoor ik het meisje nog zeggen. Wanneer ze weg zijn voel ik bij mezelf: mijn zware gevoel is weg en heeft plaats gemaakt voor een warm, dankbaar gevoel. Dankbaar dat ik elke keer weer de juiste woorden weet te zeggen en manieren weet te kiezen om verschil te maken. Zo fijn om deze kinderen te helpen!

 

Frustratie

Eén van de vaardigheden (executieve functies) waarvan ik altijd zeg dat er in ‘plusklassen’ en op school aan gewerkt moet worden is: frustratietolerantie. Zijn (hoog)begaafde kinderen dan zo snel gefrustreerd? Ja, veel van hen zijn snel gefrustreerd. Bijvoorbeeld omdat ze niet gewend zijn om veel fouten te maken, waardoor elke fout een frustratie wordt en voor henzelf soms een ‘bewijs’ van: “Zie je wel, ik kan dit niet!” of “Ik ben dom!” Maar frustratie kan ook te maken hebben met anderen. “Waarom maakt de klas nu zo’n kabaal”, “waarom houden die klasgenoten zich niet gewoon aan de regels”, “wat doen ze toch vreselijk irritant!”

En soms… soms loopt de frustratie naar 1 persoon toe enorm op! Zo ver, dat die ander eigenlijk niks meer goed kan doen. Dit kan gaan over de buurvrouw, een tante, een klasgenoot of een leerkracht. Een tijdje geleden heb ik met een coachee een tekening gemaakt bij de frustraties van de coachee naar die ene persoon. De naam van de persoon zette ik in het midden en er onder hebben we alle frustraties gezet die de coachee kon bedenken over die persoon. Het werd een hele rij. Vervolgens hebben we geprobeerd om elke frustratie eens van dichtbij te bekijken en te kijken of er ook een andere kant aan zou kunnen zitten. Voorbeelden kunnen zijn: 1. Een klasgenoot die steeds je aandacht vraagt tijdens de les. Heeft deze klasgenoot veel vrienden? Nee. Zou deze klasgenoot misschien wat eenzaam kunnen zijn? Ja. Zou dit de reden kunnen zijn dat diegene aandacht vraagt en misschien heeft diegene niet door dat het je echt stoort? Ja! Of: 2. Een leerkracht die iemand laat schrikken die de hik heeft; die ander schrikt en de klas is in rep en roer terwijl het net rustig was. Waarom zou de leerkracht dit doen? Wil hij je klasgenoot misschien van de hik af helpen? Ja, waarschijnlijk. Zou de leerkracht weten dat de klas daar onrustig van wordt? Misschien wel. Waarom zou hij het dan toch doen? Misschien zijn er leerlingen in de klas die even een grapje, een lolletje, een luchtig momentje NODIG hebben, net zoals jij juist de rust in de klas NODIG hebt? Hmmm… ja, dat is zo.

En zo kwamen de coachee en ik al pratend tot de conclusie dat elke frustratie op een andere, positieve manier bekeken kon worden. En het lukte de coachee steeds beter om zelf de antwoorden te bedenken. We bespraken ook dat de reactie van de coachee op dit soort gebeurtenissen heftiger is dan de meeste andere kinderen. Anderen denken niet zo ver door over dingen, anderen zijn niet zo gevoelig voor sfeerverandering of lawaai o.i.d.. Dat maakt het dus extra lastig, maar toch heb je zelf ook de sleutel in handen om je frustraties te verminderen. Namelijk: de andere kant proberen te zien. En soms ook even helemaal anders reageren dan normaal. Bv. als iemand een grap over je maakt naar jou toe, reageer dan eens met een grap of opmerking terúg in plaats van gefrustreerd te zijn. Zo prachtig dat deze coachee dit ook werkelijk heeft toegepast en de keer erna enthousiast kwam: “Ha, het werkte! Waar die volwassene normaal maar grapjes blíjft maken, gaf ik nu een brutale opmerking terug en stopte het meteen. De hele tijd geen grap meer over mij gemaakt! En ik was niet gefrustreerd!” Gaaf!

Coaching… spannend?!

Als ik de deur van de wachtkamer open doe zie ik een meisje zitten die er duidelijk enorm tegenop ziet. Ze vraagt of haar moeder mee mag. Het is de eerste keer en we hadden dit bij de intake al besproken. Haar moeder mag er in het begin bij zitten. Als we binnenkomen gaat ze dicht bij haar moeder zitten. Ik begin de coaching sessie met een stukje kennismaking, zoals ik altijd doe. We vertellen elkaar wie we zijn, waar we van houden en wat we zoal doen door middel van mindmaps met woorden en/of tekeningen. Zij tekent veel, anderen schrijven meer. Ze heeft er duidelijk plezier in en kiest bewust de juiste kleuren. Als we niks meer kunnen bedenken gaan we echt beginnen met de coaching. We praten verder over de hulpvraag en het doel dat we tijdens de intake al besproken hebben, maar toen vooral met de ouders. Toen was zij heel stil. Plotseling zegt ze: “Mam, ga maar weg.” Moeder, even verbaasd, verdwijnt gauw naar de wachtkamer en wij gaan verder alsof er niks gebeurd is. Waar het meisje bij de intake en zonet in de wachtkamer het duidelijk zeer moeilijk vond om te moeten gaan praten met mij over dingen waarvan ze zelf nog niet 100% zeker is of ze het daar überhaupt over WIL hebben en ook niet zeker is of het eigenlijk wel zo’n probleem is voor haar; zie ik haar binnen 10 minuten met mij meedenken over hoe we het doel formuleren, het cijfer dat ze zichzelf nu geeft, dat wat nu al goed gaat en dat waar verbetering in mogelijk is. Aan het eind van de sessie hebben we zelfs al een eerste techniek behandeld die ze thuis en op school verder mag oefenen. Ik zwaai een blij meisje uit en daarmee een blije moeder. De tweede en derde keer is moeder er respectievelijk zo’n 5 en zo’n 2 minuten bij en vanaf dan wil dit meisje het vanaf het begin alleen doen. Ze praat per keer makkelijker over waar ze tegenaan loopt en heeft plezier in de oefeningen, spelletjes en gesprekken. En ik ook! Ik geniet van haar ontspannenheid, het feit dat ze zo makkelijk praat met mij en grapjes maakt. Want lol hebben we… heel veel!

Hooggevoelig en hoogbegaafd (2)

 

Een blog n.a.v. de lezing van Gekend Talent en Zien in Eigenheid van 3 oktober 2016

 

De avond begint met een uitleg over wat hoogbegaafdheid is. Voor mij gesneden koek. Mijn bijrijder, diezelfde avond voor het eerst ontmoet, zit naast me, intens te luisteren. Wanneer het zijnsluik van Tessa Kieboom voorbij komt, fluistert ze enthousiast naar me: “Wow, dit is het!” Het zijnsluik gaat er vanuit dat er nog andere kenmerken van hoogbegaafdheid zijn naast de bekende aspecten als: een grote motivatie (voor zaken die ze interesseren), een hoge intelligentie en een hoge mate van creativiteit (Mönks). Tessa zegt dat naast de leerhonger, ook een ‘anders zijn’ en ‘anders voelen’ aanwezig is. Daar horen kenmerken bij als een sterk rechtvaardigheidsgevoel, perfectionisme en gevoeligheid.

Een paar dagen na de lezing hoor ik van een moeder een uitspraak van de leerkracht van haar dochter: “Uw kind is niet hoogbegaafd. Dan zou ze heel veel dingen in één keer moeten kunnen. Uw kind is hoogintelligent.” Ik besef me door deze onwetende opmerking en het enthousiaste gefluister van mijn buurvrouw tijdens de lezing, hoeveel mensen nog níet weten wat hoogbegaafdheid nu eigenlijk echt inhoudt. En dat ik deze ‘stof’, voor mij welbekend, moet blíjven uitdragen om te voorkomen dat leerkrachten en anderen op zo’n verkeerde manier naar kinderen kijken. Hoogbegaafde kinderen zijn niet (alleen) die kinderen die alles meteen weten, altijd hun vinger omhoog hebben en de hoogste scores halen. Ze zijn er zeker wel, maar het is niet dé graadmeter om te hanteren als signalering. Het zijn kinderen die zich anders voelen. Een tijdje terug vroeg ik een leerling wat hij zijn nieuwe juf wilde laten weten over zichzelf. “Dat ik anders ben”, zei hij. Deze 4 woorden zeiden al genoeg. Ze zijn anders en ze voelen zich anders en dat kan heel erg moeilijk zijn. Kom dan als leerkracht ook niet aan met opmerkingen (waargebeurd!) zoals: “Ze moet zich maar aanpassen aan de klas en socialer worden.” Socialer worden? Ga maar eens als mens met een gemiddeld IQ 5,5 uur per dag in de schoolbanken zitten met allemaal mensen met een IQ van 60, dus mensen met een verstandelijke beperking. En probeer dan maar eens sociaal met hen te zijn, oftewel, te proberen op hun niveau te komen en in hun gesprekken mee te doen. Aanpassen aan de groep? Je zou zeggen: dat kan toch niet?! Waarom zou je dat überhaupt willen? Tegen hoogbegaafden zeggen we: “Je moet je hele leven nog in deze maatschappij functioneren, dus je zorgt maar dat je het gaat leren.” Is dat eerlijk? En is dat eigenlijk wel 100% waar? Tuurlijk moet je kunnen communiceren met anderen, maar zal je na je basisschooltijd of na het VO in de maatschappij nog altijd in de situatie blijven dat je uren per dag samenwerkt met mensen van een totaal ander niveau? Vaak niet. Behalve zij die zich wél gingen aanpassen en zo sterk zelfs dat ze niet anders meer konden dan dat. Mensen die vaak niet gelukkig zijn in hun leven. Wat me nog het meeste pijn doet in ‘onwetende’ opmerkingen van leerkrachten is het feit dat ze totaal geen rekening houden met de gevoeligheid van het kind. En dan komen we direct op het 2e onderdeel van de lezing. Alle hoogbegaafde kinderen zijn in een bepaalde mate gevoelig. Dabrowski heeft het over verschillende typen gevoeligheden:

  • De fysieke gevoeligheid. Kinderen moeten dan vaak ook bewegen om zich te kunnen concentreren.
  • De zintuigelijke gevoeligheid. Deze kinderen kunnen enorm genieten van muziek en de natuur.
  • De beeldende gevoeligheid. Bij deze kinderen kunnen fantasie en waarheid door elkaar lopen. Mensen noemen het vaak liegen, maar deze kinderen vertellen vaak iets dat echt gebeurt is, maar door hun grote fantasie komt er van alles bij. Ze liegen dus niet bewust.
  • De intellectuele gevoeligheid. Zij willen alles weten en zijn kritisch.
  • De emotionele gevoeligheid. Deze kinderen voelen intenst. Ze hebben last van de emoties van anderen. Vaak uit zich het in fysieke klachten. Ze maken zich vaak zorgen. Deze kinderen hebben vaak ook intense contacten. Je moet hen leren dat je ‘echte, goede vrienden’ hebt en bv. ‘speelvrienden’ of ‘voetbalvrienden’.

Wanneer je dit weet, kijk je heel anders naar gedrag of fysieke uiting. En daardoor kun je ook op een betere manier begeleiden en helpen. Ik heb bijvoorbeeld al verschillende kinderen meegemaakt die veel moeite hebben met grote veranderingen. Eén van die veranderingen is bijvoorbeeld de overgang van groep 8 naar de brugklas. Deze kinderen vonden het zo ontzettend spannend! Het is namelijk zo totaal anders dan ze gewend zijn en ze hebben geen idee hoe het er uit gaat zien. Dit maakt ze onzeker en bang! Het helpt dan niet om te zeggen: “Ach joh, iedereen vindt het wel spannend, maar het komt allemaal wel goed!” Want zeer waarschijnlijk vindt jou kind het veel spannender door zijn of haar hoge gevoeligheid. Daarnaast gaan ze vaak met hun intelligentie allemaal scenario’s in hun hoofd halen van wat er kan gebeuren of wat er mis kan gaan. Ergens blanco in stappen, dat zijn ze niet gewend. Het is dan belangrijk de angst serieus te nemen en samen te gaan zoeken naar wat het kind nodig heeft om er minder tegen op te zien. Een paar extra bezoekjes aan de VO school, een gesprek met de toekomstige mentor, een overzicht van een dagindeling, een dagje meedraaien, een filmpje, foto’s, allemaal dingen die kunnen helpen. Wanneer je daar vervolgens meer duidelijkheid in hebt gegeven, kun je samen de overgebleven angsten en scenario’s gaan bespreken. Schrijf alle angstige gedachten op die je kind noemt en ga vervolgens elke angstige gedachte omzetten in een helpende gedachte. Een gedachte die gaat helpen om het niet eng te vinden en er minder of niet tegenop te zien. Hang die helpende gedachtes op, herhaal ze regelmatig hardop zodat ze langzaam aan kunnen verinnerlijken. Op zo’n manier begeleid je je gevoelige kind op de behoeften die hij of zij heeft.

 

Hoogbegaafd en hooggevoelig, er is zoveel over te zeggen en schrijven. Ook ik ben nog lang niet uitgeleerd en heb een paar weken terug weer een boek hierover aangeschaft. Want hoe meer we hen begrijpen, hoe gelukkiger zij worden. En daar gaat het uiteindelijk om!

 

Hoogbegaafd zijn: leuk of écht niet!?

Een tijdje geleden hield ik ergens een praatje over hoogbegaafdheid. Ik vroeg de mensen, een gemêleerde groep, daar: “Wie zou wel eens hoogbegaafd willen zijn?” Het bleef angstvallig stil, mensen keken wat naar elkaar. Toen hoorde ik vlakbij me een voorzichtig ‘soms’. “Oké, wie zou soms wel hoogbegaafd willen zijn?” Een enkele vinger ging omhoog. “Waarom zou je dit willen?” De vrouw die ik de beurt gaf, vertelde dat ze het fijn zou vinden om meer te kunnen denken over dingen, dieper door denken. Weer een ander gaf aan dat ze het soms fijn zou vinden om meer te weten over onderwerpen. Om een beetje te peilen of deze groep nu gewoon wat stil en mak was of werkelijk bijna allemaal bewust hun vinger niet hadden opgestoken stelde ik nog een vraag: “Wie heeft heel bewust geen vinger omhoog gedaan, omdat hij of zij écht NIET hoogbegaafd zou willen zijn?” Ik dacht het al… weer maar een enkele vinger. Een man vertelde: “Ik ken iemand die hoogbegaafd is en ik merk dat hij het soms echt moeilijk heeft. Ik zou niet anders willen zijn.”

Nu wist ik nog niet zeker wat de rest van de groep dacht. Gingen ze gewoon mee met de rest, wisten ze het niet goed, of waren ze gewoon echt neutraal qua mening?

Een aantal jaren geleden dachten de meeste mensen nog wél dat hoogbegaafd zijn vooral leuk is. Inmiddels is er steeds meer bekend over hoogbegaafdheid en wordt ook de andere kant gezien. Maar weet men genoeg om werkelijk een antwoord te kunnen geven op mijn vraag? Ik denk van niet. De reactie van de groep liet dit al zien toen ik hen vertelde dat één derde van de volwassen hoogbegaafden in de psychiatrie zit en ook toen ik vertelde dat ik diezelfde week nog hoogbegaafde kinderen had gesproken die mij hadden gezegd dat ze liever niet hoogbegaafd zouden zijn. Hoewel ik dus een rustige groep voor me had, zag ik wel enigszins geschokte en verbaasde gezichten. In dit geval gebruikte ik het gegeven dat hoogbegaafde kinderen het echt heel moeilijk kunnen hebben, om daarmee aan te geven dat een beleid op en aandacht voor hoogbegaafdheid zeer belangrijk is. Want het was een groep met allerlei verschillende ouders en leerkrachten die niet allemaal kennis hadden over hoogbegaafdheid. En ik vond het belangrijk dat ook ouders van kinderen die niet hoogbegaafd zijn, begrijpen dat het niet een elitegroepje is die door een hoge intelligentie recht hebben op allerlei leuke activiteiten en extra aandacht. Want dat wordt nog steeds wél heel veel gedacht. Aan de ene kant is dat logisch aangezien veel scholen nog beter moeten leren communiceren over waarom ze wat doen voor kinderen die passend onderwijs nodig hebben. Aan de andere kant merk ik zelf ook dat het lastig kan zijn om hier goed over te communiceren. Want hoe meer er wordt bericht over hoogbegaafdheid, hoe meer het beeld bevestigd lijkt te worden dat deze groep kinderen meer aandacht krijgt dan het gemiddelde kind. Natuurlijk beseffen ouders vaak niet hoeveel uren per dag het gemiddelde kind eigenlijk de aandacht van de leerkracht krijgt ten opzichte van het hoogbegaafde kind. Hoeveel uren per week het hoogbegaafde kind al zelfstandig aan het werk is, terwijl het gemiddelde kind nog gezellig meedoet met de instructie met de leerkracht. Of zelfs, nog gezelliger, soms aan de instructietafel mogen zitten. “Gezellig? Dat vindt mijn kind echt niet gezellig hoor? Die heeft liever dat ‘ie alles snapt!” zullen veel ouders zeggen. Maar ik bedoel natuurlijk vanuit het hoogbegaafde kind gezien. Voor hem of haar is dat een momentje gezellig aandacht krijgen van juf of meester.

Terug naar of hoogbegaafd zijn nu leuk is of niet. Het is toch eigenlijk heel erg dat zoveel kinderen het liever niet zouden zijn? Dat het ze zoveel ellende brengt? Terwijl ze zoveel prachtige talenten hebben waar ze zóveel mee kunnen doen. Maar… dan komt het… MITS het op de juiste manier begeleid wordt. En een écht juiste manier… het is maar de vraag of die bestaat in Nederland. Want we zitten nu eenmaal vast in een onderwijssysteem waar moeilijk van los te komen is. Sommige scholen komen een eind, maar uiteindelijk zullen leerlingen altijd in een soort keurslijf moeten blijven die soms totaal niet past. Maar dat geldt natuurlijk niet alleen voor hoogbegaafde leerlingen, maar voor allen die op een andere manier leren dan wij op scholen aanbieden.

En hoe zit het dan met volwassen hoogbegaafden, die niet meer vast zitten aan een onderwijssysteem? Helaas kun je dat niet helemaal loskoppelen, want zij hebben vaak wel schade opgelopen in dat systeem waar ze vroeger in zaten. Een systeem die voor velen nog vele malen erger was dan het nu is. Bovendien lopen velen in hun werk tegen dezelfde problemen aan als kinderen tegenwoordig op school. Toch zijn er echt wel gelukkige hoogbegaafden die blij zijn met hun hoogbegaafdheid. Die zien dat ze mooie mensen zijn met mooie talenten. Dat ze zuinig en dankbaar mogen zijn op die aspecten waar ze extra in uitblinken. Profijt hebben ook van hun kwaliteiten. En nu is het onze taak om onze kinderen met een laag zelfbeeld ditzelfde mee te geven, ondanks het type onderwijs waar ze in zitten. Zodat zij mogen gaan voelen dat ze anders zijn, maar mooi anders en bijzonder anders! Want uiteindelijk gaat het er niet om wat andere mensen vinden van hoogbegaafdheid, maar gaat er om dat de hoogbegaafde kinderen en volwassenen zélf tevreden en blij kunnen zijn met wie ze zijn. Dat is het allerbelangrijkste!

Het bange wezeltje

De afgelopen weken heeft er elke zaterdag een nieuw deel van de blog ‘het bange wezeltje’ op onze website en Facebook gestaan. Direct hieronder het laatste deel. Alles teruglezen? Scroll helemaal naar onderen en lees alle blogs nog eens na.

Het bange wezeltje (6)

Vanavond is het eindgesprek met ouders en Selina. Ik heb er veel zin in! Ik verwacht dat ouders verrast zullen zijn om te horen wat we allemaal hebben gedaan en bereikt. Ik ben dat in elk geval zeker! Wanneer ze bij me aan tafel zitten, zegt moeder: “Het is wel spannend hè?” Ik besluit om er niet meteen op in te gaan, dit komt straks. Ik begin met vertellen wat we hebben gedaan. Af en toe vraag ik Selina om een stukje te vertellen of uit te leggen. Soms stellen de ouders een vraag tussendoor. Ik zie trotse en blije blikken over en weer gaan. Ouders vragen zich af of het soms ook moeilijk was voor Selina om antwoorden te geven op vragen. Ik geef aan dat ik soms wel stiltes heb laten vallen. “Vond je dat niet eng? Hoe vond je dat dan?” vraagt moeder aan Selina. Het is even stil. Dan vind ik het tijd om het onderwerp aan te snijden dat Selina en ik ook samen hebben voorbereid: de rol van de ouders, hoe kunnen zij supporten. Ik vertel ze dat ze soms kunnen denken dat Selina iets vast eng gaat vinden, maar dat dit niet altijd klopt. En dat het niet helpt om te zeggen: “Je hoeft niet bang te zijn. Het is wel spannend he?” Moeder knikt, ze begrijpt het. “Dat werkt zelfs averechts!” zegt ze. Ik geef aan dat dit niet zo hoeft te zijn, maar het helpt in elk geval ook niet. En het klopt niet, het zegt meer iets over het gevoel van moeder, dan over dat van Selina. Moeder vraagt zich af hoe ze er dan achter kan komen of Selina iets spannend vindt. Samen met Selina had ik daarvoor al een vraag bedacht die altijd gesteld kan worden: “Heb je er zin in?” Ik geef de andere tips die Selina kunnen helpen om meer gericht te zijn op haar doel en te kunnen switchen naar fantastische Selina. De ouders zijn blij met de tips en zien het zitten om Selina nu verder te begeleiden. De ouders krijgen het eindverslag mee met daarbij een concept van een verslag voor school, waar ze van tevoren al om hadden gevraagd. We spreken af dat wanneer het nodig is, Selina nog een paar keer langs mag komen. Tevreden sluit ik de deur achter dit fijne gezin. Wat mooi dat deze mensen zo open wilden zijn naar mij toe en zo open stonden voor de tips die ik ze gaf. In gedachten ga ik nog even terug naar één moment in dit eindgesprek. Een moment waarop Selina vertelde dat ze weer een spannend moment had meegemaakt die week. “Ik probeerde te denken aan waarom ik daar was”, vertelde ze. En: “Ik herkende het bange gevoel!” Ik voel de kippenvel weer op mijn armen. Die Selina…! Ze komt er wel!

Deze blogs zijn geplaatst in overleg met de ouders. De naam Selina is fictief en een aantal feiten zijn aangepast.

In deze blogs hebben we u een inkijkje willen geven in de coachings’keuken’. Bent u geïnteresseerd in coaching voor uw kind(eren)? Stuur een mail of maak een afspraak. In een vrijblijvend intakegesprek kunnen we samen bekijken wat er mogelijk is.

 

Het bange wezeltje (5)

Wat vond Selina het gek om de situatie waarin ze een bang wezeltje was opnieuw uit te spelen als fantastische Selina. En waarom zo gek? Omdat ze ervaarde wat een enorm verschil het was! We praten over wat ze van het bange wezeltje vindt en wanneer die nut heeft. Vervolgens kom ik in gesprek met het bange wezeltje en ik geef haar door wat Selina heeft gezegd. Ik vraag haar ook wat ze doet voor Selina. Dat vindt ze moeilijk te zeggen. Ik zeg haar dat Selina en ik denken dat ze Selina wil beschermen en zorgen dat haar geen pijn wordt gedaan. En dat dit soms ook heel goed en belangrijk is. Maar in de situatie die is nagespeeld, heeft zij Selina daarin pijn gedaan? Het bange wezeltje knikt. Ja, ze heeft haar pijn gedaan. En fantastische Selina dan? Het bange wezeltje beseft dat fantastische Selina in deze situaties heel goed is voor Selina. Ik vraag het bange wezeltje of ze zich wil terugtrekken in dit soort situaties. Wanneer Selina iets graag wil, dan hoeft zij als bang wezeltje niet zo aanwezig te zijn. Laat fantastische Selina maar voorgaan, die maakt Selina veel gelukkiger op dat moment.

Een prachtige afsluiting van de oefeningen van de laatste bijeenkomst. We hebben voldoende besproken om tot de oplossingen te komen. Het gericht zijn op het doel, het switchen naar fantastische Selina, letten op het gevoel, we schrijven alles op en bedenken samen hoe haar ouders haar kunnen helpen. Wanneer Selina wordt opgehaald door haar moeder checkt die even bij mij of Selina ook bij het eindgesprek erbij zit. “Jazeker”, zeg ik, “we gaan jullie samen vertellen wat we hebben gedaan en geleerd.” “Oh spannend”, zegt moeder, “maar dat komt vast wel goed”. Met een glimlach open ik de deur voor ze en kijk ze na.

Het bange wezeltje (4)

Ietwat gespannen zit ik te wachten op Selina. Vanavond moet hét gebeuren, ik hoop tenminste dat we vandaag tot de kern komen en oplossingen kunnen gaan bedenken voor Selina’s probleem. Ook wil ik vandaag gaan bespreken hoe haar ouders haar kunnen helpen en hoe niet. Veel te bespreken dus, gelukkig heb ik al afgesproken dat we een uur gaan zitten in plaats van 3 kwartier.

Wanneer Selina binnen komt, bespreken we even kort de afgelopen periode. Nee, ze heeft niet aan het voelen gedacht. Maar ze heeft wel een fantastische Selina moment meegemaakt. We praten er even over. Dan vraag ik haar om mee te doen met een oefening. Uit deze oefening leert Selina al één heldere oplossing: “Ik moet denken aan mijn doel en niet aan de blokkade”. Vervolgens gaan we naar de volgende oefening die ik van tevoren bedacht heb. Ik ga de situatie van de 3e bijeenkomst opnieuw uitspelen, waarbij ik zelf Selina speel. Als bang wezeltje dus. Ik verwoord daarbij zoveel mogelijk gedachten en gevoelens die we de vorige keer hebben besproken. Selina moet hier naar kijken en ook checken of ik het goed doe en zeg. Wanneer ik klaar ben zetten we de meubels weer goed. Ik vraag Selina hoe ze dit vond. Ik zie haar rechtop zitten met een zelfverzekerde blik op haar gezicht en ze zegt: “Ik snap niet waarom dit zo eng zou zijn. Daar hoef je toch niet bang voor te zijn?” Mijn hart maakt een sprongetje! Ik besef dat ik op dit moment met de fantastische Selina spreek. De fantastische Selina die het bange wezeltje onzin vindt, stom vindt. Ik vraag haar of fantastische Selina even wil laten zien hoe deze situatie volgens haar zou moeten zijn gegaan. Dit vindt ze goed. Selina doet de hele situatie van voren af aan. Af en toe vraag ik haar: “Hoe voel je je? Wat denk je nu?” Ik zie een totaal andere houding dan de eerste keer als bang wezeltje. Ze is zelfverzekerd, gaat recht op haar doel af en doet simpel datgene waar ze eerder bang voor was. Dan komt ze bij het gedeelte waar het bange wezeltje volledig blokkeerde en afhaakte. Het is het punt dat Selina de groep inkijkt en alle ogen op haar gericht ziet. Selina moet iets voor de groep doen, maar het bange wezeltje in haar zag iedereen kijken en durfde niet meer. Nu zie ik fantastische Selina in dezelfde situatie staan. Ik vraag haar: “De mensen kijken naar je. Wat denk je nu?” Dan spreekt ze de prachtigste woorden die ik niet meer zal vergeten: “Gelukkig, iedereen kijkt, niemand zit achterom en niet op te letten.” Ik besef me dat mijn provocatie van de vorige keer iets heeft gedaan in Selina. Ik stop Selina in haar ‘spel’ en zeg haar hoe fantastisch ik dit vind. Ze maakt het vervolgens nog even af en laat bij het laatste stukje opnieuw zien dat ze totaal niet bezig is met ogen die op haar gericht zijn, ook niet als ze wegloopt. Ze loopt nu frank en vrij weg en niet met gebogen hoofd. Prachtig om te zien! Het is tijd om in gesprek te gaan met het bange wezeltje…

 

Het bange wezeltje (3)

Selina zit voor de derde keer bij me voor een coaching sessie. Zojuist heeft ze mij voorbeelden genoemd van een bang wezeltje moment en een fantastische Selina moment. Samen hebben we terug proberen te halen hoe ze zich toen voelde en hoe dat er uit zag, waardoor we nu nog duidelijker op papier hebben staan hoe beide staten er uit zien bij Selina. Ik maak een snelle overweging in gedachten. Want het bange wezeltje voorbeeld is een mooi voorbeeld om dieper op in te gaan en te ontdekken wat er nu precies gebeurt bij Selina. Een manier om dit te doen is psychodrama. Zou dit kunnen bij Selina, zou ze dit willen? Ik besluit het te gaan proberen en leg haar even kort uit wat ik wil gaan doen en of ze mee wil doen. Ja, dat wil ze, dat is fijn! We verschuiven een aantal meubelstukken en spelen de hele situatie stap voor stap uit. De hele tijd door gaan we samen naast elkaar van plek naar plek en stel ik haar vragen: “Wat gebeurt er nu? Hoe voel je je nu? Wat denk je nu? Hoe bang ben je nu? Wat zeggen je ouders nu tegen je?” Dan komt ze bij het gedeelte waar het bange wezeltje volledig geblokkeerd raakt en afhaakt. Het is een punt waarop Selina de groep inkijkt en allemaal ogen op haar gericht ziet. Selina moet iets voor de groep vertellen, maar ziet iedereen kijken en durft niet meer. Ik zeg ietwat provocerend tegen haar: “Maar wat dacht je dan? Je wist toch dat je dit ging doen en dat ze dan zouden gaan kijken? Of dacht je dat iedereen naar de grond zou kijken?” Als ik doorvraag waarom dit nu zo eng voor haar is, komt Selina er niet uit. “Ik heb dit altijd eng gevonden”, zegt ze ten slotte. We spelen de situatie verder uit en wanneer we klaar zijn zetten we de meubels weer terug en gaan we weer op onze stoelen zitten. Ik heb het er warm van gekregen, maar ben heel blij met wat er zojuist is gebeurd. We hebben nu namelijk veel meer zaken helder, er zijn echt dingen aan het licht gekomen. Snel bedenk ik hoe we het laatste kwartiertje het beste kunnen invullen. Mij is opgevallen dat Selina moeite heeft met het voelen, dus ik besluit nog een paar voeloefeningen te doen. Wanneer we klaar zijn vraag ik haar om de komende tijd meer te letten op wat ze voelt. Want wanneer ik haar wil leren te switchen van bang wezeltje naar fantastische Selina, dan moet ze het wel door hebben dat ze het bange wezeltje aan het worden is. In de oefening psychodrama zag ik dat het bange wezeltje heel langzaam in Selina sluipt, zonder dat ze het bewust door heeft. Op het moment dat het bange wezeltje zorgt voor blokkeren en opgeven, is het eigenlijk te laat om te switchen naar fantastische Selina. De druk is vóór die tijd namelijk al enorm opgevoerd tot dat hoogtepunt en die blokkering. Ik wil graag dat Selina leert om bewust te voelen dat ze zich wat bang voelt en op zo’n moment fantastische Selina probeert te worden. Maar hoe kan ze dit worden… dat is een vraag waar we ons de volgende keer, de laatste keer van het mini traject, op moeten gaan richten…

Het bange wezeltje (2)

Selina komt opgewekt de kamer in. We bespreken hoe het gaat en of er ook angstige momenten zijn geweest de afgelopen tijd. Selina heeft een spreekbeurt gehouden in de klas en dat vond ze eerst wel eng, maar daarna ging het heel goed. Ik vraag haar waardoor ze denkt dat dit komt. “Omdat ik het al vaker heb gedaan”, vertelt Selina. We praten er nog even over door en vervolgens besluit ik de staatoefening te gaan doen. Samen met Selina bedenken we namen voor de angstige staat van zijn en de tegenovergestelde staat daarvan. Dat is even lastig, maar dan komen we op: het bange wezeltje en fantastische Selina. Ik vraag haar om het bange wezeltje te worden. Hoe ziet dat er uit, hoe zit die op haar stoel. Dit is natuurlijk helemaal nieuw voor Selina, dus ze kijkt me wat onzeker aan. Ik verander mijn staat ook in een wat bange staat: zak wat onderuit, laat mijn schouders hangen, kijk naar beneden en begin monotoon en zachtjes te praten. Dit spiegelen werkt, want Selina neemt dezelfde houding aan. Ik benoem wat ik bij haar zie en blijf wat monotoon praten, om haar goed in het gevoel te houden. Wanneer we gaan switchen naar fantastische Selina schudden we eerst even lekker gek met ons lijf en gaan dan weer zitten. Selina doet lekker mee. Het lukt haar goed om de fantastische Selina te laten zien. Ze zit rechtop, kijkt naar voren, helder, blij. Ze praat opgewekt. We switchen een paar keer van staat. Ik leg Selina uit dat ze dit zelf doet. Ze kan zelf veranderen naar fantastische Selina. Ik vraag haar om op te letten of ze het bange wezeltje of fantastische Selina herkent in situaties in het dagelijks leven en zwaai haar met die opdracht uit.

Het bange wezeltje (1)

Selina komt de kamer binnen. “Nou, dit is toch niet zo spannend, wel? Komt vast wel goed!” zegt haar moeder tegen haar. Ze blijft nog heel eventjes hangen, terwijl ik al met Selina begin over haar favoriete sport: volleybal. Wanneer moeder weg is beginnen we met de coaching.—Het is de eerste keer en ik vind het spannend hoe het zal lopen. Tijdens de intake was Selina heel stil en waren vooral haar ouders aan het woord. Ze vertelden dat Selina in sommige situaties snel bang wordt en dan blokkeert. Toen ze voorbeelden noemden, was Selina al snel in tranen. Met deze beelden nog op mijn netvlies ben ik benieuwd hoe snel we tot een probleemstelling en doel zullen komen. Ik heb van tevoren al bedacht dat ik haar de tijd ga geven om te antwoorden.—

Ik stel haar als eerste de vraag wat volgens haar het probleem is en waar we aan moeten werken. De stilte laat ik even duren, maar dan komt er een helder antwoord. “Ik geef snel op”, zegt Selina. “Oké”, zeg ik, “en waarom geef je snel op?” “Ik vind snel dingen eng”. Ik ben blij verrast… het lukt haar om antwoorden te geven en dat blijft de rest van de coachingsbijeenkomst zo. We schrijven samen op bij wanneer ze snel opgeeft en wanneer iets minder snel en we ontdekken dat er momenten zijn waarop ze iets eventjes heel eng vindt, maar dan toch niet opgeeft. De rest van de tijd maken we samen nog een groot vel met haar naam in het midden en eromheen allemaal dingen geschreven en getekend die bij haar horen. Wat kan ze goed, wat vindt ze lekker, wat zijn haar eigenschappen. Aan het einde van de 3 kwartier is er veel gezegd en besproken.

Wanneer ze naar huis is, ga ik nog alles na in mijn hoofd. Ik blijf hangen bij de vraag die ik haar op een gegeven moment stelde: “Vond je het eigenlijk ook eng om hier naar toe te komen?” Ze zei: “Nee.” Op de vraag waarom niet, vertelde ze dat ze het niet eng vond omdat ze wist wat er ging gebeuren, want dat had ik verteld tijdens de intake. Dus… moeder dacht waarschijnlijk dat Selina het eng vond om bij mij te komen, maar dat was helemaal niet zo. Ik glimlach en weet dat ik dit nieuwe inzicht nog zal gaan gebruiken in de komende coachingsmomenten…

 

De naam Selina is fictief. Lees elke zaterdag het volgende deel op de website.

Nog een keer… en nog een keer… en nog een keer

Ik zit met een groepje kinderen in een lokaaltje. Ze hebben allemaal iets gemeen. Ze hebben een hekel aan fouten, pakken uit zichzelf niet zo snel verrijkingswerk, doen graag dingen die ze al kunnen en hebben een hekel aan oefenen. We werken over mindset. De kinderen weten inmiddels wat een vaste, fixed mindset inhoudt en wat een groei, growth mindset is. Vandaag laat ik 2 foto’s zien. De ene van een jonge Nick Vujicic en de ander van een jonge Antonie Kamerling. Ik laat ze eerst eventjes goed kijken en al snel heeft eentje het door: “Hé, hij heeft geen armen.” Ik knik en vertel kort en luchtig: “Klopt, dit jongetje heeft geen armen en geen benen en dit is een ander blij jongetje.” Ik stel de vraag: “Stel, je zou 1000 Nederlanders vragen welk kind volgens hen een gelukkiger volwassene is geworden, wat zouden de meesten dan zeggen?” Dit is geen moeilijke vraag voor de kinderen. Het lachende blije jongetje rechts. Waarom? Omdat de ander geen armen en benen heeft. Oftewel…. dat is vast geen fijn leven. Natuurlijk hebben de kinderen al wel in de gaten dat er vast meer aan de hand is. Ik laat ze dan ook meteen een filmpje zien over Nick Vujicic, de man zonder armen en benen. Ik lees de ondertiteling voor. De kinderen kijken stil, verbaasd ook. Ze zien de man grapjes maken op een podium, ze zien hem een telefoon opnemen en een bal ‘werpen’ met zijn ‘kippepootje’. Het ziet er moeilijk uit voor iemand zonder armen en benen, maar de man doet het handig en geconcentreerd. Dan komt het stukje waarin hij zich laat vallen op zijn buik. Hij vertelt, al liggend: “Wat als je valt en weer wilt opstaan, maar het lukt niet? Je kan het 100 keer proberen, maar wat als het 100 keer niet lukt? Ga je dan opgeven, maar dan? Dan is het klaar, het einde, je zult niet rechtop komen. Als je niet blijft proberen, zal het nooit gaan lukken.”

Ik zet het filmpje weer op pauze en zoek het juiste stukje film op. Wanneer ik ‘em weer aanzet, wordt het in het lokaaltje nog stiller dan het al was. We zien deze man zonder armen en benen, deze man die op de grond op zijn buik ligt, we zien hem het onmogelijke doen. Hij komt overeind! Op het moment dat hij rechtop ‘staat’ zet ik het filmpje weer stil. Ik zie aan de kinderen dat ze onder de indruk zijn. Ik benadruk nog een keer hoe onmogelijk dit eigenlijk is, maar dat deze man zoveel kan zonder zijn armen en benen. En dat allemaal omdat hij gewoon blijft proberen. Net zolang tot het lukt. Wat een inspiratie! Ik laat nog even kort zien hoe een aantal scholieren hem omhelzen na zijn praatje. Ik vertel dat hij op veel scholen spreekt en veel kinderen inspireert. “Komt hij ook in Nederland?” wordt er meteen gevraagd. Ik antwoord dat ik denk van niet. Op verzoek van de kinderen schrijf ik Nick z’n naam op het bord. Het wordt overgeschreven op handen en in mappen om thuis nog eens meer over hem op te zoeken.

Opnieuw een mooi voorbeeld voor de kinderen, na die andere voorbeelden die ik in deze mindsetgroep al heb laten zien. Van mensen die doorzetten, blijven oefenen en proberen, mensen die zich niet uit het veld laten slaan door tegenslag. Zo probeer ook ik elke week in een aantal dingen door te zetten, een uitdaging aan te gaan, uit mijn comfortzone te stappen. En dat is soms ontzettend spannend en eng en dan wil ik heel hard wegrennen. Maar als ik dan weer denk aan dit soort voorbeelden, dan verzamel ik weer nieuwe moed en probeer ik het nog een keer. En nog een keer… En nog een keer……..

….tot het uiteindelijk lukt!

 

Bovenstaand filmpje keken we tot 1:00 minuut. Vervolgens het filmpje hieronder van 2:43 tot 3:21. Daarna het bovenste filmpje vanaf 1:59 (nog een beetje ‘doorgespoeld’)

 

Hooggevoelig en hoogbegaafd

Een veel voorkomende combinatie. Bepaalde mensen zeggen zelfs dat álle hoogbegaafden ook hooggevoelig zijn. Bij hooggevoeligheid kun je denken aan: snel ergens om huilen. Maar ten eerste is hooggevoeligheid veel meer dan dat en ten tweede hoeft het niet zo te zijn dat je snel huilt. Beter is misschien: snel geraakt zijn. Maar ook dat is niet altijd duidelijk aanwezig. Soms heeft iemand zo’n overlevingsstrategie ontwikkeld van niet willen, mogen en/of kunnen vóelen…, dat dit er niet uit komt. Wat is hooggevoeligheid nog meer dan? Ik noem een aantal dingen, niet vanuit een boek, maar gewoon vanuit ervaring. Hoewel de boeken erover zeer interessant zijn, houd ik er niet van om rijtjes kenmerken o.i.d. te citeren.

 

Allereerst is er de gevoeligheid voor allerlei prikkels. Dit is eentje waar ik zelf veel gevoel en begrip voor en over heb, enerzijds omdat ik er pas achter ben gekomen dat ik zelf heel gevoelig ben voor prikkels. Anderzijds omdat onze dochter met autisme hier veel last van heeft en ik me er daarom graag wat extra in verdiep. Geluiden, geuren, smaken, het kan allemaal heel sterk binnenkomen. Voor de één is het meer de geluiden, voor de ander zijn de geuren vooral heel sterk. Maar ook visueel gezien kun je overprikkeld raken. Je ziet alles en elk detail en/of je kan allerlei kleuren en patronen als heel druk ervaren. Als leerkracht had ik het op de een of andere manier heel snel door als een leerling in mijn klas van zijn werk op keek. Vaak vonden onze blikken elkaar dan snel en soms zag ik dan een soort betrapte blik waarop de leerling gauw weer verder ging werken. Of er was gewoon even gezellig oogcontact met een glimlachje en/of een knipoog.  Nu ik hier over nadenk zou dit wel eens hiermee te maken kunnen hebben. Ook heb ik altijd een gevoeligheid voor geluiden gehad. Dat kan dan soms zo tegen mijn grens zitten dat ik er echt sacherijnig van word. Sommige hoogbegaafde kinderen hebben dit ook zeer sterk en kunnen dan een goede koptelefoon (om het geluid te dempen) gebruiken. Leerkrachten hebben helaas de neiging om deze eerder te geven aan kinderen met lagere scores of kinderen die gedragsmatig opvallen, waardoor de beschikbare koptelefoons snel op zijn. Ik zou zeggen: schaf in overleg met de leerkracht zelf een goede aan. Verschillende merken als Alpine, Jippie en Peltor schijnen goed te zijn en er zijn er nog wel meer.

 

Als we het over hooggevoeligheid hebben, is het sociale aspect ook een hele belangrijke. Inlevingsvermogen is heel groot en het kind is veel bezig met andere kinderen. Wie is wie, wat doet de ander, wanneer doet hij dit en wanneer dat. Het kind analyseert het helemaal en is meer met de ander bezig dan met zichzelf. Zelf vind ik het ook heerlijk om groepen mensen te analyseren. Bv. in reality televisieprogramma’s als bv. Expeditie Robinson. Hoe doen mensen in bepaalde situaties en wat maakt dat ze veranderen van mening of aanpak. Aanpasgedrag kan ook ‘gevaarlijk’ zijn, aan de andere kant is de kans op meegaan met regelsovertredend gedrag vaak ook weer niet heel groot, aangezien velen ook een sterk gevoel hebben voor regels en afspraken. Ze kunnen er vaak met hun hoofd niet bij dat een klasgenoot zich niet houdt aan de schoolregels.

 

Een sterk rechtvaardigheidsgevoel past ook in dit plaatje, maar hoort sowieso ook bij hoogbegaafden. Daarnaast komt een gevoeligheid voor falen ook zeer vaak voor en verder heeft een hooggevoelig kind vaak veel baat bij voorspelbaarheid en structuur. Bereid je kind voor wanneer iets anders gaat dan anders en vraag ook de leerkracht om hier rekening mee te houden. Ik moet bij dit aspect ook weer sterk denken aan onze dochter met autisme. Ik probeer daar altijd aan te denken, wanneer ik een kind tref dat die duidelijkheid nodig heeft. Zoals ik haar voorbereid op wat er gaat komen, zo doe ik dit ook zoveel mogelijk met deze kinderen. Elke week wordt ik hier weer mee geconfronteerd wanneer een aantal van de kinderen uit mijn plusklassen weer vragen: “Juf, wat gaan we vandaag doen?” Het is nieuwsgierigheid en is het is vragen om duidelijkheid. En als ik eerlijk ben… dat heb ik zelf ook wanneer ik weer een dagje naar Utrecht ben gereisd voor studie. De trainer moet maar gauw vertellen wat we die dag gaan doen, anders word ik veel sneller onrustig. En een ander voorbeeld… wanneer ik in mijn hoofd heb gezet dat ik een bepaald ijsje wil en ze hebben dit niet in de betreffende winkel…. Pfff… dan moet ik even flink omschakelen!

 

Zoals gezegd ben ik vast nog niet compleet in mijn beschrijvingen van kenmerken van hooggevoeligheid in combinatie met hoogbegaafdheid. Maar dat hoeft ook niet en dat kan ook niet; ook elk hooggevoelig hoogbegaafd kind is weer anders en niet in een bepaald hokje te stoppen waarin je een aantal vaststaande kenmerken kunt aanvinken. Gelukkig maar… zo zijn we alleen maar allemaal uniek! Mooie mensen zoals we zijn! Maar het is goed om wat inzicht te krijgen en begrip.

 

Wil je wat lezen over dit onderwerp, dan kan ik je het boekje ‘gevoelig hoogbegaafd’ aanraden van Rineke Derksen. Heb je zelf een boekentip over dit onderwerp? Je kunt het in de reacties hieronder kwijt. Ben je zelf hooggevoelig of is je kind dit? Wat merk je zelf vooral? Deel dit met ons in de reacties, dan wordt deze blog nog veel waardevoller!

schermafbeelding_2013-03-19_om_08.01.28